Digi taal

In een land hier ver vandaan,
Digi, praat men Digitaal.
Men spreekt daar liever niemand aan
want Ana, Mono en Dia, logen allemaal.

© Stella Matula 16-12-2017

Advertenties

Niemand

Auto’s zoeven voorbij. Mensen lopen langs, de oren afgesloten, de blik in bits en bytes. Ze zit er onzichtbaar. Ze komt nergens vandaan, haar verleden heeft ze verdelgd. Haar hoofd is nu heel even leeg.
Als ze hier is, is er een valse herinnering aan vage verbondenheid en rokerige passie.
Milenka wacht.

Sjon zet houterig zijn fiets op slot. Zijn orthopedische schoenen zijn zwaar, zijn heup doet pijn door het fietsen. Deze dag heeft hij weer minder productie gedraaid dan gisteren. Hij verlangt ernaar zijn bong te roken.

‘Milenka ga weg, it’s over’ zegt hij met zijn langzame woorden.
Haar zwarte ogen lichten op als ze zijn warme stem hoort.
‘Sjon, ik moet bij je zijn, even maar. Let me in.’
Haar magere lijf komt overeind. In haar trainingsbroek zitten vlekken van de afgelopen nachten. Haar mond is droog.
‘Waar was je?’
‘Op mijn werk Milenka.’
‘Really? Ik geloof je niet. You was with her.’
‘Milenka, ik ben moe. Laat me met rust. We talked about this.’
Hij hompelt naar zijn voordeur en opent die. Milenka schiet voor hem langs naar binnen.
Een zucht ontsnapt hem. ‘Oké, we drinken iets in de tuin, but then you must go.’
Het gesprek gaat moeizaam, zoals altijd na die eerste week. Zij verwijt en smeekt, hij ontkracht, verzacht en dringt niet tot haar door.
‘But I love you, and you love me’ zegt Milenka.
‘We hebben geen future together, you know that. Take care of yourself, go to rehab.’
Sjons pijn verergert. Hij wil opstaan, maar zijn linkerbeen wil niet buigen.
‘I can help you, you see? Ik ben hier, zij niet. Ik pak jouw bong, I know you need it.’
‘Er is niemand anders Milenka.’

Milenka loopt naar de keuken. Naast de keukendeur staat een bezem. Met een katachtige beweging draait ze zich om en lispelt: ‘If I can’t have you, nobody has you.’
Sjon draait zijn hoofd om haar aan te kunnen kijken en ziet Milenka met haar gezicht in een krankzinnige grimas, de bezem in haar handen. Zijn lichaam reageert met een spastische beweging; met stoel en al valt hij om.
‘Nobody has you, nobody has you!’ Haar armen zwaaien boven haar hoofd, de bezem daalt.

 

© Stella Matula 09-12-2017

Hound dog

Op suede sloffen strompelt Elvis achter zijn rollator langs het halfbevroren kanaal. Een wandelingetje zal hem goed doen na die drie Bossche Bollen.
Zijn darmen spelen op. Hij zal niet snel genoeg zijn.

Bongo de mastiff rent uitgelaten door de sneeuw. Spannende geuren lokken hem naar de waterkant. Hij stopt, zijn voorpoten plat op de grond, zijn staart kwispelend hoog. Hij springt op en duwt dominant zijn neus in fascinerend aroma.

Een wiel steekt nog net boven water, naast het wak ligt een blauwe pantoffel.

 

© Stella Matula 12-12-2017

Hoop

Ze schuift de gordijnen open. Code oranje is haar beloofd. Een nieuwe, frisse wereld, vol blauwe plekken en snotneuzen veroorzaakt door speelse oorlogen in de sneeuw, gladde witte wegen waarop auto’s botsen, fietsers uitglijden en ambulances overuren draaien.

Ze schuift de gordijnen open. Misselijk miezerige stippen flubberen naar modderige straten die dezelfde donkergrijze kleur hebben als haar gemoedstoestand.

Bij de zondagse brunch steekt ze een sfeerverhogend kaarsje aan en slaat de overgebleven helft van de fles Four Roses van gisteravond achterover. Dan pakt ze haar autosleutels. ‘Godverdomme, ik moet ook altijd alles zelf doen.’

De confrontatie

‘Jij gaf geen richting aan.’
‘En wat wil jij daartegen doen, de wouten bellen? Je zat duidelijk te suffen. Volgens mij was je aan het appen ook. Het zal je heel wat gaan kosten om de schade aan mijn achterste te laten herstellen …
Til? Ben jij het? Jemig, zo dof ken ik je helemaal niet.’
‘Ik kom net uit Chateauroukoe gevlogen. Ik heb een jetlag denk ik.’
‘Chateauroux.’
‘Jij bent anders niets veranderd, je was altijd al een taalnazi. En streberig. Ik moet wel toegeven dat jouw afwezigheid de gemiddelde snelheid nogal omlaag heeft gehaald. Waarom zien we je nooit meer?’
‘Ik ben er tussenuit geknepen; met vervroegd pensioen gegaan zeg maar. Ik werd er schijtziek van om constant met al die winden mee te moeten waaien.
Op een dag was er een vrouw, ze deed nogal moeite voor me. Daar ben ik blijven hangen. Opvliegend karakter heeft ze, dat wel. Maar ze zorgt voor me, ik hoef niet meer te werken.
Jij hebt nog steeds je ring om zie ik, heb jij nooit zin om er eens uit te vliegen?’
‘Uitvliegen? Dat doen we regelmatig. De afgelopen dagen vanaf Chateauroukoe …’
‘Chateauroux.’
‘… jaja, naar de til, en volgende week gaan we vanaf Offenburg, de flugplatz. De laatste keer deed ik er 49 uur en 32 minuten over om terug te vliegen, dat record ga ik verbeteren. De prijs is een nieuwe transportkooi, daar ga ik voor. En ik hoop op een handje extra krachtvoer.’

© Stella Matula 02-12-2017

Trots

Omdat ik de laatste tijd zelf niets schrijf waar ik trots op kan zijn, geen inspiratie heb, het leven sowieso kut is en alles tegenzit vind ik het leuk om iemand anders eens lekker af te kraken. Ondertussen heb ik wel een dingetje gedaan waar ik trots op ben en daar wil ik graag over vertellen.

Op de toonbank van de Bruna lag een boek voor € 4,99. Nu wist ik dat ik daar geen € 4,99 maar € 5,00 voor ging betalen maar toch nam ik het mee. En het lag op de toonbank dus moest het wel iets hebben. Dit boek heeft me maanden nachtrust gekost. En wel hierom:

Mezelf verkneukelend begon ik het, voor het slapen gaan, te lezen. He lekker, lezen in bed, daar hou ik van.
De hoofdpersoon in dit boek blijkt een naïeve trut die het hele boek door in een slachtofferrol kruipt, geen verantwoording voor haar eigen daden neemt; iedereen doet haar van alles aan, ook als het goed bedoeld is maar dat komt niet binnen in haar onderontwikkelde brein.
Dat is lastig relaxen, om zoiets te lezen. Het is niet grappig, niet boeiend, niet informatief en ook niet spannend.
Het gegeven is dat deze doos een leven leidt waar ze niet tevreden mee is. Duh, dat zou ik ook niet zijn als mijn leven zo beschreven was. Maar ze doet er niets aan. Dan krijgt ze een ongeluk. Ze wordt wakker in het ziekenhuis en tijdens dat ongeluk blijkt de liefde van haar leven te zijn doodgegaan omdat hij haar wilde redden. Die liefde en zij hebben hun hele jeugd en de tijd daarna een beetje om elkaar heen lopen draaien zonder dat het eens een keertje op neuken aankwam. Maar ze nam wel verkering met een lul van een vent.
Als ze weer genezen is stoot ze nog een keer figuurlijk haar hoofd waarop ze weer in een soort coma belandt en als ze daaruit komt blijkt dat hele leven niet waar geweest te zijn maar dat ze een rijke intelligente vrouw is met een goede baan in de grote stad (totaal ongeloofwaardig). Maar ze is ook hier verloofd met die lul van een vent.
Zij en die liefde van haar leven die in haar nieuwe verleden helemaal niet dood is gegaan, gaan op onderzoek uit. Want ze herinnert zich helemaal niets van dit leven. Ze heeft nu twee verledens om mee te dealen.
Ze blijven in dit universum ook alsmaar om elkaar heen draaien. Een enkele keer komt het bijna tot neuken maar omdat die lul in de weg zit gebeurt het niet echt.

Maar ook na deze spannende gebeurtenis staat het boek vol met letterdiarree, snotzinnen en ongeloofwaardigheden. Neem nou deze zin: ‘Sterke koplampen sneden door de vallende sneeuw …’ Koplampen die sterk zijn? En ze snijden? Waarmee dan? Heb je ooit wel eens een koplamp zien lopen te snijden? Echt heel slecht, dit.
Ik word om de oren geslagen met superlatieven, het is een en al ‘tell don’t show’ en in mijn fantasie loopt iedereen constant rond met opgetrokken wenkbrauwen van verbazing. Een groot ‘huh? -gehalte’. Je gelooft als lezer werkelijk geen woord van wat er geschreven is.

’s Avonds durfde ik niet naar bed want daar lag dit vreselijke boek op me te wachten. Het heeft me wat wallen onder de ogen opgeleverd. En elke avond las ik dapper een paar bladzijden om daarna uitgeput in slaap te vallen. Het was immers al laat en dit boek vergde ook nogal wat inspanning van me.
Waarom ging dit boek dan niet bij het oud papier (zo’n boek gun je niemand, het zou echt niet naar de kringloop gaan)?
Ik was benieuwd hoe dit af zou lopen. Ik daagde de schrijfster in die nachtelijk uren waarin ik kwaad en geïrriteerd haar letters lag te lezen uit om me te boeien. En dat is haar in 99 % van alle bladzijden die ze me door mijn strot duwde niet gelukt. De hoofdpersoon en haar liefde vinden elkaar uiteindelijk, haar verloofde, die lul van een gozer, gaat vreemd wat ze verschrikkelijk vindt wat ik dan weer niet snap want ze vond het zelf ook een lul, en krijgt het nakijken en dat soort dingen.

En toen kwam ik dus, eindelijk, bij het laatste hoofdstuk aan. Dat is mindblowing. Prachtige scenes zijn beschreven; mooi, strak, bijzonder en het is een einde dat ik totaal niet verwachtte. Geen open einde ook, ik haat open eindes.

Ik ben trots op mezelf dat ik heb doorgezet.

 

© Stella Matula 23-11-2017