Zitten Blijven

‘Ik denk dat uw Rododendroncollege niet capabel is om mijn zoon te onderwijzen.’
Het heldere tl-licht schijnt via de spiegelende bol recht in mijn ogen. Nu mijn zonnebril opzetten zou getuigen van een laag allooi.
De directeur, beginnend buikje, lichtblauw gesteven overhemd, leunt achterover en maakt zijn bovenste knoopje los.
Kille Arisch blauwe ogen ontvluchten mijn blik wanneer hij zegt: ‘Uw zoon wordt een typische thuiszitter.’
Mijn ogen knijpen zich verder toe, ik onderdruk een nies, mijn linkerborst begint een eigen leven te leiden, stilzitten is een marteling.
‘Heeft iemand u weleens verteld dat u echt ontzéttend kaal bent?’

Advertenties

Crapuul

De achterdeur beukt hij met gemak in. Rustig loopt hij door het donkere halletje de evenzo donkere winkel in. Plotseling doorklieven zwaailichten de duisternis.

Hij grijpt waar hij voor komt, rent, achter zich chaos creërend, de ruimte door en gooit zich door de winkelruit naar buiten. Scherven maken wonden in zijn huid, met zijn schouder valt hij pijnlijk op de stoep. Hij negeert het, sprinten moet hij.

Thuisgekomen trekt hij eerst een blik Schultenbrau open. Op een kaartje krabbelt hij: “Voor de allerliefste oma” en steekt het bij de welriekende buit.

© Stella Matula 2017

Elly

Ze heeft niemand anders, als zus moet ik wel naar Elly toe. Het is daar altijd zo’n bende. Laatst zat het zelfs binnen helemaal onder de duivenpoep en die inboedel is sowieso al niet om over naar huis te schrijven. Wel jammer dat dat duifje van haar is weggevlogen, ze leefde helemaal op van wat gezelschap.

Ze zal zelf nooit eens langskomen. Ze belt alleen als er problemen zijn. Deze keer gaat het drama over Mano, dat miezerige dealertje uit het park. Daar is ze tegen mijn advies in toch wat mee begonnen. Gratis shit hè. En nu heeft hij haar laten zitten. Geen Mano, geen duif. Ik heb haar maar even op het balkon gezet voor wat frisse lucht.

© Stella Matula 2017

Bouwstenen van bagger

(Kopgedicht)

Bouwstenen van bagger
Speler van de week
Ik heb nooit rust in m’n hoofd
Anderen hadden zelfmoord gepleegd

Waarom ik schrijf
Ego’s temmen
Steeds wat sneller
Kinderen scheiden niet

Vrouw slaat over de kop
Met kapmes door het lint
Enorme golf door trein
Kaj krijgt borsten Maan in gezicht

Eigen kroket voor Fred
Dick vist achter het net
Waar is Kees?
Hondenkoekjes bakken

Wilt u even de gapende leegte in mijn brein in?

 

© Stella Matula 2017

Een kopgedicht (doe dat door koppen, onderkopjes en groot afgedrukte quotes uit de krant te knippen en er vervolgens net zolang mee te schuiven tot je een gedicht hebt).

Digitale brainwash

‘ff Lekker traden met me matties fockin biggen’ vang ik op als ik de kamer van puber binnenkom.
Met een uithaal omhoog à la Jandino denk ik in capslock: ‘WTF???’.
Mij ontbreken exotische genen dus klinkt het in mijn hoofd meer als Gerard Joling en zeg nou zelf, dat is geen leuk geluid.
Heel regelmatig wens ik meer controle over de loop van mijn gedachten. Ctrl X will do.

Snerpend

Hij start de auto, geeft gas en knalt tegen een laag paaltje aan. Kut, in zijn achteruit dan maar en met volle snelheid naar huis.
Zijn vader heeft al gebeld om te vertellen dat hij eraan komt. Waar bemoeit die ouwe zich in godsnaam mee? Hij kwam alleen maar langs om zijn hart te luchten en nu dit weer.
Er is ook niemand die hem begrijpt. Met piepende banden parkeert hij de derdehands BMW voor zijn huis. Hij stuift naar binnen en roept: ‘Godnondeju! Is er nou eens koffie hier of moet ik het alwéér zelf zetten?!’
Niemand antwoordt.

 

© Stella Matula 22-09-2017

91

‘Een-en-negentig, wat een leeftijd hè. Gelukkig ben ik geestelijk nog helemaal goed. Bij sommige mensen van mijn leeftijd werkt het allemaal niet meer zo best in de bovenkamer. Bij mij gelukkig wel.
Sjaak is vier jaar ouder dan ik. Die leeft toch nog? Ja? Daar speelde ik vroeger veel mee. Hij kreeg nooit op zijn donder. Ik wel. Ja, ik was de jongste.
Waren wij laatst niet bij ome Sjaak en tante Til? Oh Til is vorige maand overleden. Ja ik vergeet weleens wat. Een hele leeftijd hè, een-en-negentig.
Ome Sjaak, leeft die nog?’

© Stella Matula 2017