De Tandarts

‘Zeg het eens, wat is er aan de hand?’
Ziet hij echt niet wat er aan de hand is?
‘Ik heb een dikke bakkes.’
‘Ja, dat zie ik.’
Om het contact tussen hem en mij naar hogere regionen te tillen vertel ik hem iets persoonlijks. Ik vertel hem dat ik bijna nooit bang ben voor de tandarts, maar dat ik het in deze situatie best eng vind.

De tandarts geeft me een spuitje. Sterretjes dwarrelen om mijn hoofd. ‘Ah, dat was lekker.’ Terwijl de verdoving inwerkt brabbel ik nog wat vage woordcombinaties.

Hij pakt zijn mes. Ik roep dat ik nog steeds pijn heb maar hij gaat onverbiddelijk aan de slag. Terwijl hij het gereedschap hanteert beveelt hij me te ontspannen. Ik sluit mijn ogen want wil niets te maken hebben met wat de tandarts en zijn assistente aan het doen zijn.

De assistente doet haar uniform uit. Eronder draagt ze een outfit als Olivia Newton John in Grease en ze doet een gangnamstyle dansje. De tandarts wil meedoen maar hij struikelt over zijn afgezakte mondkapje. Zijn neus bloedt. Stoer staat hij weer op, tilt me omhoog en geeft me een dikke zoen op mijn dikke wang.

© Stella Matula

Advertenties

Groundhog hour

Om drie uur sta ik op om de klok te verzetten. Ik krijg een uur extra leven cadeau dat ik verzilver met slaap.
Een uur later gaat de wekker af. Het is drie uur. Ik sta op om de klok een uur terug te draaien. Filosoferend over het nut van slapen, dommel ik verder.
Een uur later word ik gealarmeerd door mijn mobiele telefoon. Ik sta op en verzet de klok naar twee uur.
Drie uur ’s nachts zie ik het buiten licht worden. Ik trek mijn wenkbrauwen op, verzet de klok en doe een dutje.

© Stella Matula 2017

 

 

Buikspierman

Hormonen vliegen door het gebouw als Buikspierman aan het werk is, inlegkruisjes draaien overuren. Hij daagt uit, zet de dames tegen elkaar op waardoor prestaties opgedreven worden. Zijn jongensdroom is uitgekomen; Buikspierman is een Adonis, één brok potentie, de wandelende fertiliteit.

Na de les vraagt Buikspierman hoe het met me gaat. Ik weet niet goed wat ik moet antwoorden. Hoe gaat wát? Wil je écht weten hoe het met me gaat? Hoezo, we kennen elkaar nauwelijks? Die gedachten dwalen door mijn hoofd voordat ik met een weloverwogen ‘goehoed’ antwoord. Wanhopig probeer ik zijn blik te vangen die, tijdens het gesprek, niet hoger komt dan mijn sleutelbenen.

Mensen denken vaak aan hele andere dingen terwijl men ergens over praat.
Of schrijft.

© Stella Matula 2017

Consumens

Als mensje kruip ik bij mijn moeder op schoot en knijp een bergje in het vlees op haar knokkels. Even blijft het rechtop staan om zich daarna langzaam terug te trekken.
Op de wastafel in haar slaapkamer staat een flesje Oil of Olaz. Daarmee bindt ze de strijd aan met de rimpels in haar gezicht, die er wel zijn maar ik niet zie.
De mijne voel ik op achtjarige leeftijd al aankomen en ik smeer met haar mee op mijn perfecte huidje.
Oil of Olaz gaat mij behoeden.

De wondercrème van mijn moeder vervang ik in de loop der jaren door veel mooiere beloftes. Ik consumeer cleansing milk, gezichtstonic en dag-, en nachtcrème voor de droge of natte huid.
Mijn gezicht bewerk ik met foundation en een laag poeder. Zoals het in de bladen wordt voorgeschreven schets ik mijn beeld met contourpotlood en eyeliner, vul het op met lipstick en lipgloss, mascara en veel kleuren oogschaduw. Een gezond ogende blush als kers op de taart.
Mijn haren verf ik blond, zwart, rood of paars. Dure handcrème is mijn houvast.
Terwijl mijn moeders haar grijs kleurt schitter ik kortgerokt met een jeukend gezicht in de disco.
Haar dieper wordende rimpels negeer ik; ik geloof.

Mijn moeders hoofd bestaat nu uit groeven, in hetzelfde gezicht. Haar haren schitteren wit.
In mijn badkamer staat een eenzaam flesje avocado olie.
Ik knijp bergjes in mijn knokkels.

© Stella Matula 2017

Cadeautje

Vandaag kregen we een cadeautje in de bus van de rijksoverheid. Altijd leuk, een pakje. Het is gezegd: ‘De Normale Nederlander gaat erop vooruit.’ Dank u rijksoverheid.
Dit pakje is voor mijn zoon. Jarig is hij niet en Sinterklaas laat ook nog even op zich wachten. Deze komt spontaan, gewoon omdat we normaal zijn. Ik behoor dan zelf weer niet tot de doelgroep.

Mijn zoon krijgt een pakje, mij worden de zenuwen bezorgd.
Wat gebeurt er als de bom valt? Wat als Borssele ontploft?
Dat gaat niet gebeuren sust de rijksoverheid. ‘Er zijn gewoon internationale richtlijnen’ zegt minister Schippers in een vorig kabinet.
Bovendien was de kerncentrale van Borssele vorig jaar tijdelijk ‘te veilig’, zeggen inspecteurs van de World Association of Nuclear Operators (WANO) in het jaarverslag van EPZ, de eigenaar van de kerncentrale.

Poeh, een hele geruststelling. Maar ik ben niet voor één gat te vangen en ga op onderzoek uit. Ik stel me nogmaals de vragen:
Wat gebeurt er als de bom valt? Wat als Borssele ontploft?
Onderzoek levert op dat een lage dosering radioactiviteit afstervende cellen veroorzaakt, aangetast DNA-materiaal, misselijkheid, braken en diarree, daling van de bloedcellen en zenuwsymptomen.
Als je het niet meteen in de gaten hebt kunnen er na twee tot drie weken ook nog symptomen optreden: moeheid en een daling in de witte bloedcellen, haarverlies, bloedingen en infecties.
Jodiumtabeletten beschermen niet tegen radioactiviteit, maar tegen schildklierkanker. Dat laatste kan ik zo snel als symptoom niet vinden maar het zal wel zo zijn, als hùn het zeggen …
Een zeer hoge blootstelling aan radioactiviteit zal binnen enkele seconden de dood tot gevolg hebben.
Gelukkig, ik heb die tabletten dan ook helemaal niet nodig.
Maar waarom krijgt zoonlief die dan wel? Het enige dat ik kan bedenken is dat ze worden voorgeschreven door de farmaceutische industrie. Daar moet ook geld verdiend worden. Angst verkoopt en het werkt, de angst is hier gezaaid; ik ben bang dat we hoe dan ook aan alle kanten genaaid worden.

De oplettende jodiumpillenslikker ziet het, er staat: ‘Bewaar het doosje goed.’
De tabletten zelf kunnen de kliko in.

Kinnesinne

Als muurbloempjes staan ze de hele zomer op de vensterbank, de potplanten.
Hun koppen drogen uit en ze kijken boos. De afstand tot elkaar is net iets te groot om hun tentakels, verlangend, om elkaar te kunnen strengelen.
Verlekkerd kijken ze toe hoe ik mijn tuinpak aantrek.
De kaken van de venusvliegenval zakken open, een klein kadaver rolt eruit. De Aloë Vera kwijlt kwistig haar sappen.
Me bewust van mijn publiek loop ik bevallig de tuin in.
Eenmaal uit het zicht verwen ik beurtelings de glansmispel en de hortensia terwijl zwenkgras aan mijn enkels knabbelt.

Een onschuldig spelletje

De Duif verveelde zich.
‘Wanneer je scheel kijkt, en de klok slaat twaalf, blijf je voor altijd scheel’ zegt hij tegen Elly.
Ze kijkt hem aan. ‘Ja hoor.’ Haar rechterhand voelt aan haar laars en haar linkerhand brengt een kneiterpeuk aan haar lippen.

Het is 11.58 uur. Zonlicht vecht zich wanhopig door de dichtgetrokken vale gordijnen naar binnen.
‘Hoe weet jij dat? Heb je het weleens geprobeerd?’ De rook vormt een zware mist in de kamer, ze knijpt haar ogen halfdicht terwijl ze naar de Duif kijkt. Als vanzelf brengt ze haar pupillen dichter naar elkaar toe, ze krijgt er hoofdpijn van en haar ogen tranen. Twee duiven ziet ze nu.
Hoe laat zou het zijn?

Haar oren piepen, en terwijl ze de klok zoekt koeren schemerige duiven twaalf keer. De echo galmt na in haar oren. Elly focust op de Duif die met zijn tweeën keihard zit te lachen.
Uit haar laars pakt ze haar Smith & Wesson Magnum en schiet. Mis.

(Een herschreven versie van dit verhaal wordt in november 2018 gepubliceerd in de verhalenbundel Kort & Prachtig, uitgeverij Ambilicious.)