Kinnesinne

Als muurbloempjes staan ze de hele zomer op de vensterbank, de potplanten.
Hun koppen drogen uit en ze kijken boos. De afstand tot elkaar is net iets te groot om hun tentakels, verlangend, om elkaar te kunnen strengelen.
Verlekkerd kijken ze toe hoe ik mijn tuinpak aantrek.
De kaken van de venusvliegenval zakken open, een klein kadaver rolt eruit. De Aloë Vera kwijlt kwistig haar sappen.
Me bewust van mijn publiek loop ik bevallig de tuin in.
Eenmaal uit het zicht verwen ik beurtelings de glansmispel en de hortensia terwijl zwenkgras aan mijn enkels knabbelt.

Advertenties