Trots

Omdat ik de laatste tijd zelf niets schrijf waar ik trots op kan zijn, geen inspiratie heb, het leven sowieso kut is en alles tegenzit vind ik het leuk om iemand anders eens lekker af te kraken. Ondertussen heb ik wel een dingetje gedaan waar ik trots op ben en daar wil ik graag over vertellen.

Op de toonbank van de Bruna lag een boek voor € 4,99. Nu wist ik dat ik daar geen € 4,99 maar € 5,00 voor ging betalen maar toch nam ik het mee. En het lag op de toonbank dus moest het wel iets hebben. Dit boek heeft me maanden nachtrust gekost. En wel hierom:

Mezelf verkneukelend begon ik het, voor het slapen gaan, te lezen. He lekker, lezen in bed, daar hou ik van.
De hoofdpersoon in dit boek blijkt een naïeve trut die het hele boek door in een slachtofferrol kruipt, geen verantwoording voor haar eigen daden neemt; iedereen doet haar van alles aan, ook als het goed bedoeld is maar dat komt niet binnen in haar onderontwikkelde brein.
Dat is lastig relaxen, om zoiets te lezen. Het is niet grappig, niet boeiend, niet informatief en ook niet spannend.
Het gegeven is dat deze doos een leven leidt waar ze niet tevreden mee is. Duh, dat zou ik ook niet zijn als mijn leven zo beschreven was. Maar ze doet er niets aan. Dan krijgt ze een ongeluk. Ze wordt wakker in het ziekenhuis en tijdens dat ongeluk blijkt de liefde van haar leven te zijn doodgegaan omdat hij haar wilde redden. Die liefde en zij hebben hun hele jeugd en de tijd daarna een beetje om elkaar heen lopen draaien zonder dat het eens een keertje op neuken aankwam. Maar ze nam wel verkering met een lul van een vent.
Als ze weer genezen is stoot ze nog een keer figuurlijk haar hoofd waarop ze weer in een soort coma belandt en als ze daaruit komt blijkt dat hele leven niet waar geweest te zijn maar dat ze een rijke intelligente vrouw is met een goede baan in de grote stad (totaal ongeloofwaardig). Maar ze is ook hier verloofd met die lul van een vent.
Zij en die liefde van haar leven die in haar nieuwe verleden helemaal niet dood is gegaan, gaan op onderzoek uit. Want ze herinnert zich helemaal niets van dit leven. Ze heeft nu twee verledens om mee te dealen.
Ze blijven in dit universum ook alsmaar om elkaar heen draaien. Een enkele keer komt het bijna tot neuken maar omdat die lul in de weg zit gebeurt het niet echt.

Maar ook na deze spannende gebeurtenis staat het boek vol met letterdiarree, snotzinnen en ongeloofwaardigheden. Neem nou deze zin: ‘Sterke koplampen sneden door de vallende sneeuw …’ Koplampen die sterk zijn? En ze snijden? Waarmee dan? Heb je ooit wel eens een koplamp zien lopen te snijden? Echt heel slecht, dit.
Ik word om de oren geslagen met superlatieven, het is een en al ‘tell don’t show’ en in mijn fantasie loopt iedereen constant rond met opgetrokken wenkbrauwen van verbazing. Een groot ‘huh? -gehalte’. Je gelooft als lezer werkelijk geen woord van wat er geschreven is.

’s Avonds durfde ik niet naar bed want daar lag dit vreselijke boek op me te wachten. Het heeft me wat wallen onder de ogen opgeleverd. En elke avond las ik dapper een paar bladzijden om daarna uitgeput in slaap te vallen. Het was immers al laat en dit boek vergde ook nogal wat inspanning van me.
Waarom ging dit boek dan niet bij het oud papier (zo’n boek gun je niemand, het zou echt niet naar de kringloop gaan)?
Ik was benieuwd hoe dit af zou lopen. Ik daagde de schrijfster in die nachtelijk uren waarin ik kwaad en geïrriteerd haar letters lag te lezen uit om me te boeien. En dat is haar in 99 % van alle bladzijden die ze me door mijn strot duwde niet gelukt. De hoofdpersoon en haar liefde vinden elkaar uiteindelijk, haar verloofde, die lul van een gozer, gaat vreemd wat ze verschrikkelijk vindt wat ik dan weer niet snap want ze vond het zelf ook een lul, en krijgt het nakijken en dat soort dingen.

En toen kwam ik dus, eindelijk, bij het laatste hoofdstuk aan. Dat is mindblowing. Prachtige scenes zijn beschreven; mooi, strak, bijzonder en het is een einde dat ik totaal niet verwachtte. Geen open einde ook, ik haat open eindes.

Ik ben trots op mezelf dat ik heb doorgezet.

 

© Stella Matula 23-11-2017

 

Advertenties

De liegmarge

Als ik boodschappen haal heb ik altijd een bedrag aan cash bij me. Afhankelijk van het totaalbedrag betaal ik óf met mijn pinpas, óf contant. Bij de kassa let ik op wat er op het display staat, want het personeel is getraind om af te ronden; ze moet liegen over de werkelijke kosten van de producten die aangeschaft worden. Ik doe daar moeilijk over en stuit daarbij op veel onbegrip. Ik moet niet zo zeuren over een of twee centen.

Even een rekensommetje, ik ga hier uit van een liegmarge van een cent om zo te compenseren dat niet iedereen elke dag iets in een winkel koopt:
Er zijn 17 miljoen inwoners die zo in totaal voor € 170.000 euro per dag worden voorgelogen. Dat is op jaarbasis € 62.050.000 (twee-en-zestigmiljoenvijftigduizend euro).

De kassamedewerkers moeten liegen, anders raken ze hun baan kwijt. Dit is een teken van onderdrukking en geestelijke mishandeling. Immers, zijn we niet allemaal groot geworden met de morele insteek dat er iets niet klopt aan liegen? De kassamedewerker wordt gedwongen zijn gewetensbezwaren opzij te zetten.
Wat voor gevolgen heeft dit? Het begint met een leugentje in opdracht van de baas en Joost mag weten waar dit op het persoonlijke vlak allemaal toe leidt. Liegen tegen je ouders, partner of kinderen is vanaf hier geen grote stap.

Om mijn zorgen over deze psychosociale problematiek die volgt uit het fenomeen afronden los te kunnen laten richtte ik mijn vertrouwen dus op het display van de kassa. Die zou immers niet liegen. Dit was een misrekening.
Bij de Hema moest ik volgens de kassa én de kassamedewerker een bedrag van € 29,35 afrekenen. Ik betaalde cash.
Toen ik op de bon keek bleek het totaalbedrag waarvoor ik spullen had gekocht € 29,34 te zijn. Ik ben ter plekke bestolen van een cent, mijn bijdrage aan het totaal van € 170.000,00 aan bij elkaar gelogen geld vandaag.

© Stella Matula 2016

Kleine Henkie zingt een liedje

Gerda, poedelnaakt, staat in de slaapkamer. Haar haar is sluik en vet, de weegschaal heeft haar net met twaalf kilo verloochend, haar eczeem speelt vandaag extreem op. Kleine Henkie blèrt in de aangrenzende kamer non-stop ‘zie ginds komt de droomboot uit Spanje weer aan’.

Gerda haalt diep adem. Ze concentreert zich op de muur voor haar. Doodstil staart ze ernaar. Een gat verschijnt in de muur, het droge beton sijpelt op de vloer en vormt daar een hoopje. Gerda blijft kijken en het gat wordt groter. Gelijk een kat die vanuit het niets haar prooi bespringt duikt ze naar voren, steekt haar arm door het gat en grijpt Henkie bij zijn strot. “Stoomboot! Het is stoomboot! Zing nu eens gewóón stoomboot godsammelazerus! Es, tee, o, o, em, bee, o, o, deee! Is dat nou zo moeilijk?” Haar ogen schieten vuur, speeksel loopt langs haar kin.

Henkie zit klem met zijn hoofd in het gat en begint hartstochtelijk te krijsen. Gerda slaakt een zucht. Eindelijk is het gestopt. Opgelucht trekt ze haar roze badjas en bijpassende Crocs aan en lapt de ramen.

© Stella Matula 2017

De Geschiedenis

De theedoek wapperde in de gure novemberwind aan zijn vishengel. Hij krabde eens in zijn kruis. Schimmel, dacht hij. De hengel en de theedoek had hij die ochtend gevonden in een zak aan de kade.
Hij lag al de hele week onder vuur, hij moest iets doen. De theedoek was dan wel niet helemaal wit, maar het zou voldoen zo. Iedereen kende immers dit symbool.

Hij was uitgeput. De strijd, het onbegrip, dodelijk vermoeiend was het. Hij mijmerde over een rustig teruggetrokken leven op de Canarische eilanden. Het paard zou vanzelf wel doorlopen; de hengel had hij aan het zadel gemonteerd. Rustig stapten ze door over de vluchtstrook van de A7. Verderop zag hij een groep blozende mannen en vrouwen met vrolijke vlaggen op de weg staan. Ze zagen er niet vijandelijk uit en dit gaf hem hoop.

Niet ver bij de groep vandaan hoorde hij plotseling een hoop lawaai. Er werd gerammeld en geschreeuwd. Oorlogskreten waaiden met de novemberwind zijn oren in. Een vuurpijl schoot een brandgat in de theedoek, het paard steigerde, hij viel op de grond. Vanachter de vangrail kwamen ze op hem af. Pure massieve knuppels sloegen onophoudelijk op hem in. Met het grote boek dat hij al die tijd angstvallig bij zich had gehouden probeerde hij de slagen nog af te weren.

Eeuwen later scanderen brugklassers in koor: ‘2017, Sint Nicolaas bij Dokkum vermoord.’

Geen leven

Ergens vooraan (ik ben derde in de rij) heeft een aandoenlijk vrouwtje een vergissing gemaakt. Het gaat om port die in de aanbieding is. Een vakkenvulpuber loopt heen en weer met flessen, de caissière wordt zenuwachtig. Achter me roepen mensen dat ze vierde in de rij zijn en de manager doet zijn best dit te ontkennen.
Als ik mag afrekenen begin ik een discussie over waarom ik € 1.15 moet betalen terwijl mijn kauwgom € 1.13 kost.

Aan de nietszeggende boodschappen in de karretjes zie ik dat iedereen hier toch al geen leven heeft, ze kunnen best even wachten.

Kippensnoep

Kip Koosje hoort de brievenbus klepperen en gaat kijken wat er op de mat is gevallen. Van de boer mag ze eigenlijk niet naar binnen. Hij vindt het vies, zegt’ie. Stinkboer, denkt Koosje terwijl ze een buitenproportionele flats op het halkleed laat vallen.

Ze ziet een pakje liggen. Erin zit een chocoladeletter.
Waarom krijgen wij nooit zoiets lekkers? Die vieze brokken komen mijn strot uit. Kwaad verslindt ze de letter en valt ter plekke in een suikercoma. Ze blijft liggen in de hal tot de boer haar vindt.

Koosje heeft nooit meer de maan door de bomen zien schijnen.