Ziek

Ziek is een plaats in Gelderland, een buurtschap om precies te zijn. Als je in Ziek geboren bent kun je zeggen ‘ik ben een Zieker.’ Ben je ziek in Ziek en je partner is ook ziek dan is de ene Zieker altijd nog zieker dan de andere Zieker.

Toen ik nog jong was werd iedereen weleens ziek. We hadden ons hele lijfje vol zitten met rode bultjes of blaasjes of we liepen rond met dikke wangen. We spaceten van de koorts, onze moeders verwenden ons met liefde en aandacht, voor een dagje, en dan gingen we weer zonder veel ophef naar school.
Als we nu zo’n geval zien is de patiënt niet ziek, maar heeft een diagnose. De diagnose is OOG (oppositioneel-opstandige gedragsstoornis), beter bekend als ODD (oppositional defiant disorder). De theorie hierbij is dat je alleen maar zo ziek wordt als je je niet laat vaccineren, en als je je niet laat vaccineren ben je opstandig en ongehoorzaam. Dit wordt niet te lijf gegaan met wat liefde, aandacht en ‘nou niet meer zeuren, hup aandeslag!’, maar met psychofarmaca.

‘Ziek’ is ook wel de benaming van een handeling die niet in overeenstemming is met gangbare normen en waarden. Bijvoorbeeld, als een jongetje een vuurpijl aan een kat vastbindt en aansteekt is dat ziek. Het jongetje zelf wordt niet zo genoemd; dat wat hij doet is ziek. In het Engels is er wel een term voor zo’n jongetje: Sicko (ziekerd) – A mentally ill or perverted person, especially one who is sadistic.

Hoe dan ook heeft ‘ziek’ altijd een negatieve lading. Gehad, tot ongeveer de tijd dat Brexit op gang kwam. En hier zit nu juist de paradox. ‘Sicko’ is slang, slang is Engels. Dat iets ‘ziek’ of ‘sick’ is, wás me duidelijk. Nu word ik gedwongen in tegengestelde richtingen te interpreteren. Plotseling hoor ik overal ‘ziek’ (sick) vallen wanneer er iets mooi of leuk gevonden wordt.
Online is een artikel te vinden van het NRC Handelblad waarin staat dat tagboys alleen kleding dragen die dope, hard en sick is. “Ze vinden merken zeer belangrijk, maar zelf krijgen ze liever geen label. Deze jonge tagboys weten wat ze mooi vinden” is de verklaring.

De zelfbewuste Nederlander zegt niet ‘sick’ maar ‘ziek’. En hier ga ik me oud voelen. Het is voor mij een onmogelijke opgave om zo snel te schakelen tussen negatief ziek en positief ziek. Dit is omgekeerde slang, gnals. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten bij een ziek feest.
Als een werknemer zijn werkgever opbelt met de mededeling dat hij te ziek is, hoe moet dit geïnterpreteerd worden?  Vindt hij zichzelf te cool en te vet om te komen werken voor zijn baas? Heeft hij psychofarmaca genomen en is hij aan het spacen? Om er zomaar vanuit te gaan dat hij zich niet lekker voelt is behoorlijk uit de tijd.

Advertenties

Het breekpunt

Ik ben in de bloei van mijn leven, mijn veren glanzen, de show kan beginnen. Na een laatste inspectie in de spiegel zweef ik gracieus naar rauw kuiken in Klaas-Jans handschoen. Het publiek houdt de adem in.

Klaas-Jan stuurt me naar boven om een bevallige dans te doen. Daar zie ik die duif, die me de hele nacht wakker hield met zijn gezanik over showdames. Toen kon ik hem niet raken, maar nu scheur ik zijn vleugel. Hij slingert scheldend omlaag. Zijn rondfladderende matties sla ik moeiteloos knock-out.

Hormonen roepen. Klaas-Jan roept. Mijn instinct roept.
Ik vertrek.

Aandoenlijk onbeholpen stak jij je ferme
reukorgaan in al
mijn aardse gaten verschoond
van kunde
gepardonneerd
van schroom

Tot grote hoogten breng je mij hier
jubelend op de rots
geen ander zal ooit zijn als jij
diep
ondergedompeld
in zee

Jij bent mijn drijfveer
in verlangen naar meer
in mijn verlangen naar
Jan
en alleman.

hart

De Kènderstoet

Drie verkleumde kleuters doen een wanhopige vogeltjesdans in oranje-groene balletpakjes. Crea uitgedoste moeders walsen er voortvarend doorheen om hun zelfgebaarde konijnen uit het publiek te trekken en hun rugnummers recht te prikken. Een oma glijdt mee langs de kant en houdt de gemoederen verhit. Niemand kan om haar en haar rolstoel heen. Aan de overkant schijt een blindengeleidehond op clownsschoenen. Als de stoet voorbij is tel ik vier platgewalste chihuahua’s.

Opklimmen

In het plantsoen fietsen we onder de in bloei staande Japanse sierkersen. De bloesem heeft de kleur van de garderobe van mijn nieuwe Barbie.
Petra zit op het zadel en houdt het stuur vast. Emmy zit op het stuur, ik zit op de bagagedrager en trap. De bomen lachen met ons mee, de zon is ons spotlicht.

Als we hier genoeg van hebben beklimmen we de berg. Het klimrek is rond, en hoog. De eerste spijl is makkelijk veroverd. De tweede halen we moeiteloos en dan gaan we voor de top. Op onze hurken zitten we op de derde spijl. We houden elkaars schouders stevig vast, langzaam komen we omhoog. We staan! Een vlag wordt geplant. Het is ons rek.

In de winter verzamelen we kerstbomen die uit de ramen van de flats naar beneden gegooid zijn. Onze geheime bergplaats is de kelder van mijn buurman. Totdat onze moeders ons binnenroepen bewaken we de buit. Michiel heeft de bergplaats van de andere clan ontdekt, en de oorlog met de rivaliserende kerstbomenbende kan beginnen; kerstbomen worden veroverd, verloren en weer veroverd.

Op 31 december slepen we gebroederlijk de respectievelijke verzameling bomen in het ronde rek, de stoere jongens steken er de fik in. De hele buurt geniet van ons vreugdevuur.

’s Nachts vlieg ik boven het klimrek, het vuur en de in bloei staande bomen. Alles wat ik hoef te doen is mijn armen spreiden. Gewichtloos val ik niet één keer van de fiets en altijd haal ik moeiteloos de top.
Dat ik moet klimmen verbaast me elke ochtend weer.

© Stella Matula 22-10-2017