Mag ik op u rekenen?

Brief aan mijn werkgever

Gisteren kreeg ik een enorme stapel post aangeleverd. Daartussen zaten 432 ongeadresseerde folders van de VVD. Nu ben ik niet gewoon om ongeadresseerde post voor u rond te brengen, maar in het kader van de slogan ‘voel de liberaal in u’ was ik bereid hier wat hand- en spandiensten te verrichten.

Ik begon vanmorgen al vroeg. Normaal volg ik op vrijdagochtend liever eerst een Zumba-les. Als ik dans ben ik even helemaal van de wereld en waan ik mij in exotische oorden of ben ik de ster op het podium van Carré. De kou en de miezerregen deren mij daar niet. Ik moet wel goed opletten dat ik in deze staat niet tegen mijn dansleraar aanhuppel. Maar goed, vanmorgen besloot ik al deze geneugten aan mij voorbij te laten gaan omdat er in de middag regen voorspeld werd door Buienradar. En Buienradar, daar kun je op rekenen. Dat klopt op de minuut af.
Ik begon zoals altijd op de van Vollenhovenlaan. Op nummer 327 werd ik vrolijk verwelkomd door de bewoonster die haar post én de flyer persoonlijk in ontvangst nam. Ze bekeek de flyer en zei: ‘Zo, die is blauw.’
Nu hou ik me de laatste tijd verre van politiek. Dat heeft met levenservaring te maken denk ik. Met heimwee denk ik weleens terug aan de tijd dat ik me rimpelloos druk kon maken om uitspraken, debatten en de mens in de politiek. Tegenwoordig is het voor mij allemaal een konkelende pot nat. Toch vroeg ik me onderweg af wat ze nu precies bedoelde. Zou ze Mark Rutte, die in vol ornaat op de flyer afgebeeld staat, hebben betrapt op drankmisbruik? Het lied ‘Blauw’ van de Scene uit de jaren tachtig kreeg ik onderweg niet meer uit mijn hoofd. ‘Blauw, blauw, blauw, keer ik terug naar jou …’ Wat bedoelt Thé Lau hiermee? In het licht van mijn bezigheden in Amsterdam toentertijd bezien denk ik dat hij, toen hij dit componeerde, regelmatig stomdronken bij zijn vrouw kwam aankakken. Het kan ook zo zijn dat er een diepere poëtische betekenis in de tekst verborgen zit, maar ik ben niet zo goed met poëzie. Enfin, ik vertelde de mevrouw dat ik alleen maar de folders rondbreng: ‘Don’t shoot the messenger.’

Zelf heb ik een Ja/Nee-sticker op mijn brievenbus. Gisteren kreeg ik desondanks een flyer van de SP door mijn strot geduwd. Kwaad gooide ik het ding direct in de papierbak; ik vind dat er wel wat meer rekening met het milieu gehouden kan worden.
Ik kwam vanmorgen ook aardig wat Ja/Nee-stickers tegen (tot ik in de betere buurt kwam, daar zie je ze zelden). Ik werd zelfs een beetje trots op mijn mede-stadsbewoners. Terwijl ik fantaseerde over een paradoxale theorie, die ik zelf heel grappig vond, om bij iedereen ongevraagd een Nee/Nee- en een Ja/Nee-sticker in de brievenbus te stoppen, vooral bij mensen zoals ik die zich jarenlang ergeren aan de stortvloed van ongeadresseerde post maar ondertussen te lui zijn om zo’n sticker op de deur te plakken en bij dat soort mensen dan ongevraagd stickers in de brievenbus te stoppen, merkte ik dat ik niet goed op liep te letten en al gniffelend flyers in brievenbussen met een sticker erop stopte. Hier zouden dus klachten over kunnen komen.
Ik besloot wat beter op te letten, elke keer als ik in mijn ooghoek het vrolijke groen en oranje signaleerde liep ik dat huisje stilletjes voorbij.
Bij het Cobbenhagecollege aangekomen leerde ik dat dit ook niet de manier is. Ik dacht daar zo’n sticker te zien, maar bij nadere inspectie bleek de sticker daar niet te gaan over post, maar over huiswerk en lesuitval. School, de aangewezen plek waar de gevaren van verneukerativiteit onder de aandacht gebracht dienen te worden.

Hoe blijer ik werd van de aanwezige stickers, des te kwader werd ik op de kleppen zonder sticker. Ondertussen begon het ook nog eens te regenen. ‘G%$#@! Je wordt in dit kutland ook aan alle kanten genaaid!’ dacht ik terwijl ik nog een slappe natte Rutte in een gleuf stopte. Ik had evengoed lekker aan het dansen kunnen zijn, maar nee, hier liep ik blauwbekkend natte ongewenste flyers in brievenbussen te stoppen. Ik haatte Buienradar, Mark Rutte, mijn fiets en sommige brievenbussen. Wat die brievenbussen betreft, de meeste brievenbussen, daar is echt niet over nagedacht. Regelmatig kom ik brievenbussen tegen die er van buiten heel ontvankelijk uitzien, net als de VVD, maar wanneer je er dan info in wilt stoppen blijkt dat de wezenlijke opening, aan de binnenkant, weerstand vertoont. Van binnen zit er iets wat de boel frustreert. Er is nauwelijks een doorgang te vinden achter de opgepoetste buitenklep, de belofte van ontvankelijkheid blijkt een leugen. Daarom is er hier en daar wat post halverwege de brievenbus blijven steken. Hier zouden ook klachten over kunnen komen.

postklein

Al ploeterend en mopperend kreeg ik ruzie met mijn fiets die, omdat de tassen zo zwaar waren, niet behoorlijk wilde blijven staan. Laatst was ik met die fiets bij de fietsenmaker om er een slot op te laten zetten, en daar stonden ze met werkelijk vier man om mijn fiets heen keihard te lachen toen ik vertelde dat ik hier post mee rondbreng. Er is iets met de voorvork, die schijnt krom te zijn. Ik zie het niet maar zij zagen het wel. Dat ik er een mandje op wilde hebben werd afgeraden. Een paar dagen later ben ik incognito via de andere ingang van de fietsenwinkel toch een mandje gaan halen.
Vandaag had ik ook een hekel aan mijn fiets. Ondanks dat ik op mijn fiets moet letten van u, heb ik de fietsenmakers- en weergoden en de postbezorgersbeschermheiligen uitgedaagd en getart door nergens mijn fiets op slot te zetten. ‘Ik hoop dat je gejat wordt’ beet ik hem toe. Dat is niet gebeurd. Ik weet niet wie er als winnaar uit de bus is gekomen.
Op de Sweelincklaan kwam ik een collega van Post NL tegen. Hij deed zijn ronde in een rammelende Ford K. Ik heb het idee dat hij beter betaald krijgt dan ik. ‘Het kost wat, maar zo blijf ik wel lekker droog’ vond hij.

Na een uur stopte het met regenen. Ik kwam aan in het kamp aan het eind van de Sweelincklaan. Daar heeft iedereen honden. Op nummer twaalf hebben ze sinds kort zo’n hond met een bek waarvan je vermoedt dat een hondentandtechnicus daar een berenval in heeft gemonteerd. De post voor nummer twaalf stop ik meestal in de brievenbus bij nummer zestien. Hier gaan geen klachten over komen. De eigenaar van deze hond heeft me met omfloerste stem verteld dat hij dat niet erg vindt omda ’n diee heul gère schone vrouwkes vat. Vandaag zag ik daar een vrouw de stoep natspuiten wat raar was, want het had net geregend. De hond zag ik even niet en ik besloot dapper een verlepte flyer in haar brievenbus te stoppen. Plotseling dook de hond vanuit het niets op me af en ik zeek in mijn broek. Dat merkte niemand, ik was toch al kleddernat door mijn natte fietszadel, waar wat gaten inzitten zodat het als het regent een zompige spons wordt.

Wat ik hiermee eigenlijk wil stellen is de vraag die Mark ook stelt op zijn flyer, ‘mogen we op u rekenen?’ Je zou zeggen dat de regering daar een rekenkamer voor heeft dus eigenlijk is dat flauwekul. Maar als ik ga rekenen zie ik dat er iets niet klopt. Ik zie op de planning staan dat ik 347 poststukken moest rondbrengen, maar ik had, buiten de gangbare liefdes- en belastingbrieven ook nog 432 flyers te bezorgen. Wat schuift dat?

Al met al vond ik het heel leuk om deze keer eens werkelijk elke gleuf in mijn wijk af te werken, op zijn Tilburgs dan. In good old Amsterdam zou deze uitspraak een hele andere lading dekken.

 

Advertenties