Een beroerde ontdekkingsreis

Pulserende volumes beuken aan de binnenkant van mijn schedel en leggen verbinding met ijzeren raspen in mijn luchtwegen. De raspen zijn vastgeklonken aan stoeptegels die eens mijn schouders waren.

Het restje ruimte in mijn hersenen zoekt naar een plekje in mijn lichaam dat geen pijn doet. Wat ik vind zijn plakkende sensaties die rillingen veroorzaken, zweetgekrulde haren en luchten die ik maskeer met pepermuntolie.

De zin ‘Ben ik een man?’ zweeft pesterig langs mijn slaapkamerraam, achtervolgd door ‘stel je niet zo aan’, ‘haat’ en ‘weet je wel zeker dat je geen man bent’. Ik sluit de luiken.

Advertenties

De reis

Met gebroken vleugels zwiert hij door het kruiende ijs, al zijn zintuigen staan op scherp. Hij vindt een opening en glijdt eronderdoor. Anemoonarmen reiken naar hem, hij ontwijkt een happende reuzenoester. Zeemeerminnen zingen hem toe en moedigen hem aan. In de schemerige diepte vindt hij moeiteloos zijn weg. Aangekomen in Bikinibroek wordt hij zich bewust van zijn duif-zijn en stikt.