Vijf vijf

Als schapen lopen Milan en ik met 98 anderen het houten gebouw binnen. Onze toegangsbewijzen worden nauwkeurig gecontroleerd. De barak staat noordelijk op het terrein en er wacht ons hier iets heel bijzonders. Wat precies, dat weten we nog niet. Als de laatste binnen is sluiten breedgeschouderde beveiligers de deur en schuiven er een balk voor. Ze posteren zich voor deze deur, de enige deur.

‘Hallo geluksvogels!’ klinkt het. We richten onze ogen op de man op het podium. ‘Jullie zijn uitverkoren om deze bijzondere happening bij te wonen, wat ongetwijfeld de annalen in zal gaan als legendarisch. Het briljante gezelschap dat jullie gaan zien en horen is geschoold aan het conservatorium en dat is te merken. Na afloop zal de ambassadeur jullie exclusief toespreken. Hij is per helikopter onderweg. En dan nu, een groot applaus voorrrrr … The Saxonian Vegaschnitzels met als special guest, Betty Brullborst!’ De postmodernistische jazzband terroriseert vanaf dat moment non-stop onze basilaire membranen. Indringende hoge en lage tonen wisselen elkaar in totale willekeur af. Een gesprek voeren is onmogelijk. Na anderhalf uur marteling zet Betty Brullborst de hoge C in. Glazen spatten uit elkaar. Een hipstermeisje steekt net uit protest haar middelvinger naar de band op, precies in de aanvliegroute van een gesprongen wijnglas. Het topje van de vinger belandt in een asbak. Haar bloed dooft een halfopgerookte joint.

Dan horen we het geronk van de rotorbladen van een helikopter aanzwellen. Zou de deur eindelijk opengaan? Milan kijkt mij aan en schudt zijn hoofd. Zijn hoop verdween nadat voor de derde keer Goodnight Saigon werd ingezet. Deze keer komt de beveiliging in beweging. De mannen praten in hun headsets en lopen heen en weer. Eindelijk schuiven ze de zware balk van de deur en we struikelen over elkaar heen de vrijheid tegemoet. Buiten springt Ronnie Flex uit de helikopter. Volledig ge-autotuned spreekt hij ons toe: ‘O-Oké, ik heb vier vijf bitches aan de lijn prr, prr. Pull up, ben met vier vijf niggas aan m’n zij yuh. Stapel al m’n money, ik bestel geen ene trein.’
‘Zijn we een dag te vroeg?’ ‘Wat is er met die trein?’ Mensen praten door elkaar en stellen vragen. Ronnie zegt alleen nog dat hij gaat knallen en stuitert het festivalterrein op. De geur van platgetrapt gras en gekruid eten prikkelt onze zintuigen, even verderop is het feest. We gaan los.

Advertenties