Is er nog tijd om de balans op te maken?

tijd1Op een zomerdag, bij zonsopgang, verzilvert de klokkenluider zijn wintertijd. Hij schudt er minuten mee uit zijn spaarvarken en telt zijn dagen. Met de opbrengst vult hij een tijdloze koffer, bindt hem op zijn bagagedrager en fietst ermee naar de bank.

‘Ik kom mijn uren opnemen’ zegt hij.
‘Hoeveel wilt u er?’ vraagt de bankemployé. Wijzers draaien rond in zijn irissen.
‘Ik wil alle tijd.’
‘Dat kan ik niet zomaar doen, uw termijn is verlopen zie ik. Ik vraag de manager of hij een momentje voor u heeft.’

Terwijl hij moet wachten concentreert de klokkenluider zich op de zandloper op het bureau. Zijn blik brandt een gaatje in het glas. Een eindeloze hoeveelheid zand verloopt over het bureau op de vloer, door de hallen van het bankgebouw de straten in. Het vult de huizen, kerken, lanen en rivieren, stroomt over akkers en vuilnisbelten en dempt de zeeën, tot alles is omgekomen in de tijd.

Advertenties