Liefde en poëzie

Nu zit je ermee, herpes en die schurftige drieling. Had je je maar niet door hem moeten laten naaien. En dan die namen. Kwak, dat kan ik me nog voorstellen. Dat is de basis van waaruit alle leven ontstaat. Je zou het zelfs poëtisch kunnen noemen. Maar Kwik en Kwek? Dat is de goden verzoeken. Liefdesbaby’s, dat zijn het wel. De hitte van het moment is na al die maanden nog in de ogen te lezen. Bij de herinnering aan die nacht tintelt je uit elkaar gerukte perineum van genot.
Walter gaf de drieling aan vlak na de bevalling. Hij heeft stijl, dus het naamgeven kon je wel aan hem overlaten, dacht je. Zo leer je de mensen wel kennen. Nu zitten er ontevreden boosrimpels tussen je wenkbrauwen.

Pigmentvlekken rukten op halverwege de zwangerschap. ‘Dat gaat wel over na de bevalling’ zeiden ze. De drieling is nu vijf weken en ze zitten er nog. Make-up accentueert de blaasjes rondom de mond, make-up is een gepasseerd station.
Speed heeft plaatsgemaakt voor dextrose, dat helpt je nu de nachten door en tast het gebit niet aan. Grijsgevlekte voortanden en een ontbrekende hoektand vormen een permanente herinnering aan de houseparty’s van weleer. Je was de gevierde jumpkoningin in de bossen van Scherpenzeel. Daar had iederéén wallen onder de ogen.

Waar is Walter nu, als ik om het uur mijn twee slapgesabbelde borsten aanbied aan drie hongerige baby’s? In zijn Gucci-pak flirt hij op kantoor met die Elly. Yusuf vertelde dat hij hem met zijn broek op de knieën bij haar op het bureau had zien zitten. Bah. En dat met die etterende puist op zijn eikel, hij heeft wel lef hoor.
De plichten roepen, ik sluit de spiegel en deel een van mijn memoires af.

Advertenties

One thought on “Liefde en poëzie”

Reacties zijn gesloten.