De dikke van van Dale

Met gesloten ogen zit ze voor me. Haar benen gekruist, de lippen ontspannen. Ze ademt diep in door haar neus. De volle borsten deinen omhoog, haar tepels prikken tegen haar shirt. Als ze uitademt tuit ze haar lippen, kippenvel verschijnt op haar armen. De volgende inademing klinkt als een zucht. ‘Ssst …’ zegt ze dan. Ik kan niet anders dan in stilte toekijken. Haar hand glijdt over haar dijen, buik en borsten in haar haren. Een zoetkruidige geur streelt mijn neus. Een inademing, golvende borsten, tepels, adem, borsten.  Amour fou, denk ik. Amour fou met zichzelf. Ik wil …

Het boek valt uit mijn handen wanneer een callypigische verschijning de kamer binnenschrijdt.
‘Goedemiddag, wat gezellig dat u er bent. Ik kom meneer van Dale afkarnen. Blijf maar rustig zitten hoor. Oh, wat heb je weer een dikke, van Dale,’ kirt ze. Af en toe blaast ze een kauwgombelletje stuk. ‘Wilt u ook een zouterik?’ Uit haar schort tovert ze met haar vrije hand een in sojasaus gemarineerde zeekraal. Ik pak het aan.
‘U bent de nieuwe vrijwilliger? Van Dale hier was vroeger kampioen plompzakken moet u weten. Hij is dol op dat boek. Het is hem vaak voorgelezen. Zelf kan hij dat niet meer. Hij kan eigenlijk niets meer sinds … oh shit, waar is die priaap nou, u lijdt me wel af hoor.’ Ze loopt om het bed heen, de benwaballen aan haar riem klingelen op het ritme van haar stappen.
‘Vorige week nog zat hier een vrouwelijke vrijwilliger, datzelfde boek voor te lezen toen mevrouw van Dale binnenkwam. Ze ging helemaal uit haar plaat. Ze noemde hem een gore glimpieper en haar een kansloze kopkluifster. En met een volume … dat kunnen we hier niet hebben.’ De zouterik geeft me het zuur. Ik klem mijn lippen op elkaar en probeer niet te kokhalzen.
‘Nou, toen moest er een nieuwe komen, en daar bent u dan! Bevalt het een beetje?’ Ze kauwt, zucht even terwijl ze naar meneer van Dale kijkt. Mijn maag maakt oncontroleerbare peristaltische bewegingen.
‘’t Is een schatje hoor,’ babbelt ze verder, ‘hij heeft vroeger in Donny’s doppenfabriek hier verderop gewerkt. Doppies maken, dag in dag uit, zes dagen per week. Ze verzonnen daar de gekste spelletjes als collega’s onder elkaar. Ja je moet wat hè, zo’n fabriek is nogal geestdodend.’
Meneer van Dale rochelt en kreunt.
‘Op een dag snoven ze geitenoog en die kwam in zijn hersenpan terecht. En nu is ie hier. Zegt geen boe of bah meer. Maar ja, je doet wat je kunt om het leven zo draaglijk mogelijk voor hem te maken.’ Haar hand gaat op en neer, kauwgom klapt. Meneer van Dale schokt, zijn hoofd valt opzij, schuim spettert uit zijn mond.
‘Schrik maar niet hoor, gewoon een valleiorgasme. Goed zo, van Dale, we zijn weer trots op je. Grote jongen.’ Ze veegt haar hand af aan de lakens. ‘Dag meneer, veel plezier nog!’ roept ze voordat ze de naastgelegen kamer binnenloopt.

 

Advertenties