Post Mortem

Uit Ethans opengereten borst kronkelen de grijze wormen. Ze lachen hem uit, laven zich aan zijn onpasselijkheid.
‘Liefde!’ roept hij.
‘Je voelde niet eerder, bemerkte slechts lust.’ Ze glijden over zijn borst, trekken strak om zijn hals, bijten zijn ogen.
‘Licht’ smeekt hij.
‘Nooit eerder zag je, je stierf blind.’ Ze banen zich een weg door een tunnel van spijt, scheuren stukken van zijn hart.
‘Warm mij’ huilt Ethan.
‘Dit hart is koud, de moeite niet waard.’ Ze draaien zijn hersenen binnen, speuren en snuiven. ‘Op wat banale geheimen na, compleet leeg.’ Gierend trekken de alen zich terug.

Advertenties