Kwakkelen

‘Nog eentje dan. Morgenochtend moeten we om acht uur bij de huisarts zijn.’
‘Een dubbele wodka-jus voor mij.’
De ober zet een glas voor me neer, Walter krijgt zijn decafé.

‘Straks word je weer ziek’, zegt hij.
‘Ik kan wel wat hebben hoor. Vergat je hoe ik je vanmorgen verwende? Ik trek me van zo’n abces niets aan. Het gaat allemaal in een teug naar binnen. Ik ben trouwens benieuwd wat de huisarts daarvan zegt.’
‘Ik denk niet dat we het daarover hoeven te hebben.’
‘Jawel, ik wil gewoon van mijn eczeem af. Volgens mij ben ik allergisch voor jou. Dat kan, dat je voor iemand allergisch bent. Als ik je moeder zie reageert mijn lichaam door om wodka te vragen. Of bier. Maar dan wel veel bier. Een kratje of zo. En ze heeft nooit wat in huis, de frigide heilige theemuts. Volgens mij loopt ze de hele dag met een vergiet op haar hoofd.’
‘Sophie. Laat mijn moeder hierbuiten.’
‘Nee!’ Ik geef de barman, die dreigend met een doekje voor mijn neus staat, de boze blik. Walter drinkt zijn decafé. Hij vraagt om een extra koekje. Hij haalt het bloed onder mijn nagels vandaan met zijn moederskindjesgedrag, maar ik hou van hem.

‘Kom es hier met die sleetse lendenen van je, schatje’ fluister ik. Spetters groeien op zijn brilglazen.
‘Sophie, je spuugt.’
Mijn slisstoornis steekt de kop op, ik ben moe. De barman veegt neurotisch mijn stukje bar schoon. Ik neem een slok van mijn drankje en spuug het direct uit.
‘Dit is geen verse jus. Gatverdamme!’
Walter pakt een theedoek vanachter de bar en helpt de barman met schoonmaken.
‘Kom lieverd, thuis hebben we twee kilo perssinaasappels liggen. Ik maak een verse jus voor je.’
‘Vooruit dan, eerst even naar het toilet. Die blaasontsteking is strontvervelend.’

Geïnspireerd op ‘Liefde’ van Gerrit Komrij:

Ze liggen op elkaar, schurft op eczeem.
Je hoort de schilfers knappen. Roos stuift op.
Hun schedels glimmen als een diadeem.
Ze liefkoost teder zijn gezwollen krop.

Zijn pink verdwijnt in een abces van bloed.
Ze kronkelt. Uit haar mond springt slijm. Een blaas
Ontploft. Zijn krop wordt blauwer. Hij vat moed.
Hij rolt haar op haar rug. Hij is de baas.

Dan gaan zijn sleetse lendenen tekeer.
Het is een machtig knarsen. Het gesop
Van kwijl in etter kent geen einde meer
Zij kotst. Gods wonder in een notedop.

Advertenties

One thought on “Kwakkelen”

Reacties zijn gesloten.