Houten harten

tafelDe eettafel, gemaakt van duurzaam stamhout uit de streek, is gisteren gebracht. Jeanette is er trots op; er is vakkundig handwerk geleverd door de meubelmaker in het dorp en genoeg plaats voor de zeventien mensen waar ze voor gekookt heeft.
Ze doet haar schort af en trekt haar Noorse trui uit. Eronder draagt ze een zwarte zijden top. Onder de oksels zijn donkere zweetplekken te zien.
‘We kunnen aan tafel!’ roept ze richting de luidruchtige familie in de woonkamer.
‘Opa zit te slapen mam’ roept Rikkie terug.
‘Dat boeit me niet. Het is nu klaar en we gaan nu eten. Rijd hem maar in zijn rolstoel naar de tafel.’
‘Maar hij kwijlt, ieuw.’
‘Doe hem een slabbetje om.’

Jeanette serveert haar zelfgemaakte bisque d’hommard uit. De kommen dampen.
‘Ik zet de tuindeuren even open’ zegt ze. Haar ogen smoren elk weerwoord in de kiem. Een druppel valt van haar neus in de soep als ze plaatsneemt. Met haar IPhone stuurt ze stemmige kerstmuziek de ruimte in. ‘Oh Danny boy’ speelt zacht op de achtergrond. Barry, de reeds benevelde neef, ziet de tafel sidderen. Hij zegt niets, zijn vrouw zeurt al zo vaak over zijn drinkgewoontes.
De tafel golft nu. De hele familie valt stil, iedereen ziet het. Wedgewood glijdt weg, gloeiendhete soep stroomt in schoten. Barry redt drie wegschuivende glazen wijn. Een hoek van de tafel krult omhoog, een poot strekt naar voren.
‘Maaaam!’ roepzeurt Rikkie. De poot schuift hem opzij.
Aan de andere kant van de tafel trapt een tafelpoot opa hard naar achteren. Zijn ogen springen wijd open. Zijn achterhoofd knalt tegen de muur, kerstrood bloed spat tegen het sneeuwwitte granol. Tegelijkertijd schiet zijn gebit uit zijn opengevallen mond de kroonluchter in. Opa’s ogen sluiten weer.
‘Opa!’
‘Vader!’
‘Bel 112!’

De tafel schudt zich uit en draaft de tuin door naar het woud. Een paarhonderd meter het bos in blijft ze staan voor een indrukwekkende zilverspar. Haar nerven vormen een glimlach. Dan richt ze zich op.
‘Danny, lieverd, ik heb je zo gemist.’ Haar poten ronden zich om zijn robuuste stam, ze schuurt tegen zijn bast omhoog. Danny vouwt zijn naaldtakken om haar heen.
‘Hoe is het met ons kindeke?’
Danny wijst naar een frisgroen dennenboompje dat schuin achter hem staat, beschut onder zijn brede takken. Een glinsterende ijspegel ploft in het mos. Een ster knipoogt, de eerste sneeuwvlokken vallen.

Advertenties