Stinkende Zaken

Langzaam werd de geur van dennennaalden verdrongen door een geur die ik nooit meer zou vergeten en nog dagenlang op mijn huig zou blijven liggen. Ik verliet het wandelpad en liep een stukje verder het bos in. Plotseling zag ik Langnek met zijn hoofd onder zijn arm achter Sneeuwwitje aanrennen. ‘Takketrut dat je d’r bent!’ riep hij. In zijn buik zat een gat, druppels vleeskleurige massa dropen langs zijn benen. Zo te zien had hij bij Toko Tut de derderangs sushi gegeten. Visgraten vermengden zich met de resten van Langneks smeltende romp.
Sneeuwwitje lachte hysterisch en zwaaide met haar Jawa Ionization Blaster. Langnek minderde vaart, struikelde. Hij schreeuwde en smeet zijn hoofd naar Sneeuwwitje. Het hoofd kwam enkele meters voor haar op de grond terecht en stootte tegen een beukenboom. De takketrut schopte ertegen met haar Timberlands en rende verder.

Mijn maaltijd van die avond kroop mijn slokdarm in. Ik slikte.
Loom en zwaar sloop ik naar het hoofd. De lippen bewogen.
‘Stil maar,’ zei ik. ‘Het komt goed.’
In de verte klonken sirenes.
Zijn ogen waren groot, bloed stroomde uit een wond.
‘Het was … was … is nog niet, nog niet klaar. Jij, ze … ze, ze is … vertel haar …’
‘Ssst.’

Mijn maag trok samen, mijn romp maakte peristaltische bewegingen die ik niet kon controleren. Iets sloot mijn keel af, mijn kaken openden zich.
Roodkapje klom naar buiten. Haar ogen vlamden, uit mijn strot trok ze een Jawa Ionization Blaster.

Advertenties