De date

Zijn hoofd bonkte, bloed kleurde zijn Armani. Hoe had hij zo dom kunnen zijn? Hij sloeg tegen zijn voorhoofd.
‘Au! Verdulleme!’
Had hij maar naar Roderick geluisterd, was hij maar met zijn Porsche gegaan en had zo’n straatjochie een paar eurootjes toegestopt om erop te passen. Maar nee, hij moest zo nodig indruk maken. Hij moest op zijn Trek Yoshitomo Nara naar ‘De Hipster.’
‘Sla hier linksaf’, had het navigatiesysteem geklonken. Het stuur trilde, het navigatiesysteem schoof er langzaam vanaf. Hij bukte en reikte ernaar. Het voorwiel van de fiets botste tegen de stoeprand. Boudewijns klokkenspel stootte tegen het puntige zadel. Aargh! Mon Dieu, dat wordt niks vanavond, dacht hij nog. Het achterwiel van de fiets lichtte op, Boudewijn stortte zijdelings tegen een brandkraan aan. Liggend op de stoep spuugde de fiets een veer in Boudewijns oog. Boudewijn hees zich omhoog, trok zijn ene ongeschonden voet naar achteren om hem met de laatste krachten die hij bezat tegen het frame aan te schoppen. De fiets nam wraak door schuin omhoog te vliegen, tegen Boudewijns scheenbeen aan. Hij gaf het op en hinkte verder naar ‘De Hipster.’ De fiets bleef achter, in de goot.

Met zijn pochet stelpte Boudewijn onderweg het ergste bloeden. Terug naar huis gaan was geen optie. Ilse, dacht hij, Ilseeee … haar naam in zijn hoofd stuurde verende kussentjes naar zijn voeten. Zijn mondhoeken schoten omhoog. Daar was ‘De Hipster’, daar was Ilse.
Boudewijn struikelde het opstapje op, greep de deurknop en knalde met een schouder tegen de glazen toegangsdeur. Die zwaaide harder dan de bedoeling was open. Boudewijn viel naar binnen. De kussentjes waren verdwenen. Hij krabbelde omhoog en bewoog zijn hoofd van links naar rechts. Ilse was er nog niet. Boudewijn strompelde naar de bar.
‘Garçon, hé! Hallo? Hé, Lullo! Geef mij eens een espresso doppio, en doe er maar een Courvoirsiertje bij, dat kan ik wel gebruiken.’
‘Hier, gast.’ De barman zette een flesje glutenvrij bier op de bar en legde er een theedoek naast.
Boudewijn pakte het flesje en bleef er even met zijn neus boven hangen, zoog de geur van het brouwsel op. Hij nam een slok, zijn mond trok strak omlaag en zijn neus omhoog, hij kneep zijn ogen samen. Hij schoof het bier van zich af. Hoe laat was het? Hij checkte zijn iPhone, alles wat hij zag op het scherm waren barsten op een zwart vlak.

Acht flessen glutenvrij bier later dacht hij even, in een flits, dat hij Ilse zag vanuit zijn ooghoek, bij de deur. Verdrietig vlijde hij zijn hoofd weer op de theedoek. ‘Ach schatje toch, och lieverd, we hadden het zo fijn samen’ mompelde hij tegen zijn iPhone.

Advertenties