Dat komt binnen

Als de bel gaat doe ik open,
zei hij stoer en vastberaden,
vanachter zijn designerbank,
de handen voor zijn ogen.
Ze zien me niet, ze zien me niet,
riep hij dan door het raam.
De postbode liep zijn huis voorbij
en niemand belde aan.
Hij gluurde door de brievenbus,
nog steeds met ogen dicht.
Die ochtendkrant van zaterdag,
benam hem toen het levenslicht.

Advertenties