Gaan

‘Kom, we hebben een afspraak bij de huisarts!’
‘Moet dat nou, waarvoor eigenlijk?’
‘Om je oren uit te laten spuiten!’
‘Oh ja, oké. Waar zijn mijn sleutels?’
‘In je hand!’
‘Oh ja. Nou, dan gaan we maar.’
‘Trek je schoenen even aan!’
‘Ja, goed idee. Nou, dan gaan we maar. Waar gaan we eigenlijk heen?
‘Naar de huisarts, om je oren uit te laten spuiten!’

‘Wat is het hier toch altijd lekker rustig hè.’