Het is de vraag

‘Heeft u alles verder kunnen vinden?’

‘Ik vond verlangende blikken naar tierelantijnen, gretige grijpvingers in de uitverkoop, hautaine arrogantie onder een stolp voor de pijnstillers. Te zware schouders, speurend naar verlichting, kunstmatig gevormde brede ruggen zoekend naar zalvende handen, hongerende enkelingen met een mand vol preservatieven. Vraag hen of zij alles hebben kunnen vinden zij zullen antwoorden zoals de vraag gesteld wordt. Ik zoek erkenning van mijn bestaan. De aanvaarding van mij als individu, opgaande, toch opgemerkt in deze kolkende smeltkroes als botsende moleculen.
Is deze lippenstift ook in de aanbieding?’

‘Pinnen of cash?’

Advertenties

Fris windje

‘Ik ben te depressief om te stofzuigen, bovendien kan ik dat momenteel niet met mijn rug,’ piepte Anita vanonder de lege chipszakken achter de halfvolle wijnflessen vandaan nadat Karel klaagde over rommel op de vloer toen hij thuiskwam na een dag werken in de bouw.
Karel, de moeilijkste niet en een man van weinig woorden, pakte zijn sloophamer uit de bedrijfsbus en haalde vakkundig de twee tegenoverliggende muren van hun doorzonwoning neer om zo de wind het zware werk te laten opknappen.

De terugkeer van de vlerk

‘Normale duiven eten geen broccoli.’
‘Jij bent niet normaal, Duifje, jij bent speciaal. Vorig jaar vond je dit gerecht nog heerlijk.’
‘Sommige wezens ontwikkelen zich. Ik heb gereisd, vele plekken gezien, andere culturen geproefd. Jij zit hier nog steeds met je broccoli. Je mag dat balkon trouwens wel eens schoonmaken, daar wil een patatrat nog niet landen.

‘Ik miste je.’ Elly’s ogen worden nog roder en beginnen te glinsteren. Ze knuffelt haar bibberende Gizmootje.
‘Ik jou ook. Ik heb iets voor je meegenomen,’ fleemt Duif en tovert een chien bourguignon onder zijn vleugels vandaan.

Dieet

Ik mag van de dokter
alleen nog maar poep
gekruid met wat whiskey,
soms trapmattensoep
met roeibotenmousse en zombieknie
als toetje gestoomde
veldhospita
op een bedje van rozen
uit Ghana.

’t Is goed voor mijn darmen,
mijn hart en mijn hoofd,
‘t zal louterend werken
zo heeft hij beloofd.

Op een blauwe maandag
rum uit een kruik
met paars-roze rupsen
garandeert vlinders in mijn buik.

Ik ben koning in mijn keuken
met schalen van eik en pannen van beuken.
Gezeten op kasten
het bord vóór de kop
eet ik tien dagen lang
er een vinger bij op.

Drop-out

Hem viel de zware taak om bij deze ontslagronde het personeel toe te spreken. Honderdveertien arbeiders waren verzameld in de kantine. Het zweet stond in zijn handen. Hij tikte tegen de microfoon en kuchte. De gesprekken verstomden, een oude tl-buis zoemde.
Als vanzelf kwamen de woorden.
‘Lul, penis, vagina. Overmorgen hopjesvla. Niet van oma maar van ma. Papa dasht de sokkenla.’

Hij sloeg gefrustreerd met zijn vuist op de katheder. Ergens ging iets fout. Maar wat? Zware schoenen schuifelden, iemand boerde. De tl-buis gaf het op.

‘Zandbak, kusjes, ovenfriet. Ik heb werk, jij lekker niet.’

Prinsheerlijk

prinsheerlijk
foto: Facebook, Interest, Pinterest, LinkedIn, e.v.a.

‘Mevrouw Meijer, uw Eppe baart ons veel zorgen. Wij zien tekenen van een Conduct Disorder. Hoe gaat het thuis? Wat deed u ook alweer voor de kost? Laat ook maar, die tatoeages zeggen genoeg. Nee, u mag hier niet roken.
We hebben Veilig Thuis moeten inschakelen. Zo kan het niet langer. Andere kinderen spelen in de pauze rustig op hun iPad, maar Eppe … Neemt u hem maar mee naar huis. Hij is voorlopig geschorst.’

‘Eppe, godsammeliefhebbe, vuile homo! Ik zei dat Lupke een vervelende pad is, géén kikker. Als je die kust wordt het – echt – geen – prins.’

Zoet

Het gaat stroef en hij spartelt, maar het lukt om het botte mes rondjes te laten draaien in zijn dijbeen. De plek die ik uitkoos is ontstoken van de keer dat ik er met een spijker ‘sukkel’ kerfde. Ik kerfde, hij kermde. Hetzelfde geluid dat hij maakte toen zijn zaadcellen zich via mijn baarmoeder door mijn eileiders spoedden en een daarvan een desastreuse symbiose aanging met een eicel.
Zijn stem streelt alweer mijn oren en ego. Mijn tepels zwellen. Ik trek het mes uit de zweren, kus zijn lippen en scheur met mijn tanden zijn ijzerzoete tong.