Stoppen en doorslaan

De avond ervoor raakte ik door mijn rookwaar heen, de eerste aanzet was gemaakt. Chagrijnig fietste ik naar de acupuncturist. Iedereen onderweg was strontvervelend, lelijk en dom. Bij binnenkomst kreeg ik allerlei intieme vragen op me afgevuurd. ‘Wat is je geboortedatum? Wat is je BSN-nummer?’ Wat de fuck, dacht ik. Maar ik zei het niet. Misschien moet ik mijn doe-het-nou-gewoon-meridiaan eens activeren. Omdat ik het niet persoonlijk wilde maken vertelde ik de man dat ik momenteel iedereen een lul vind inclusief mezelf.
Stoptober is sowieso een onbegrijpelijk initiatief. Oktober is wel de slechtste maand waarin je kunt beginnen met stoppen. Hallo, het is herfst. Daarna komt november, een dode maand waarin niets gebeurt buiten een paar vette zelfmoorden, de gebruikelijke moord- en doodslagen, gevolgd door december. Daar hoef ik al helemaal niets over te vertellen.

Ik moest met wat naalden in mijn lijf twintig minuten blijven liggen en vermaakte me met het volgen van een stofje aan het plafond. Het was zo’n stofje dat nog net vastzit met een onzichtbaar stofdraadje en bewoog op het ritme van organische muziek. Na die twintig minuten kreeg ik drie naaldjes in mijn rechteroor en mocht naar huis. Met die naaldjes in het oor kun je gewoon slapen, werd me verteld. Eentje helpt zelfs tegen het chagrijn. Ik slaap al minstens twintig jaar op mijn rechteroor. Dat vind ik nou eenmaal fijn en er is niemand die daar last van heeft. Geloof me, met naaldjes in je rechteroor kun je niet op je rechteroor slapen.  Ik ging vroeg naar bed en was zo in de gelegenheid om mezelf de hele nacht te laten kwellen door die naaldjes en die ene mug. De naaldjes bevorderen het afvoeren van gif en als ik niet naar het toilet liep, naar de mug sloeg of een houding om in te slapen zocht sloeg ik de dekens van me af om ze even later weer te zoeken. De e-reader ging aan en uit, in de tussentijd ergerde ik me aan een slecht geschreven verhaal van een schrijver die ik voeger fantastisch vond.

Ik zal verder niemand vervelen met verhalen over een stressvol telefoongesprek van gisteravond, het maakte dat ik nog onaardiger dan normaal converseerde, mijn huilbui van vanmorgen tijdens het luisteren naar het journaal en de Ziggo-medewerker die ik aan de telefoon had en het moest ontgelden. Ik ben kapot. Maar ik rook al een dag niet.

© 20-09-2018

 

 

Advertenties

Maatschappijleer: De middelbare nieuwe Nederlander

Neuzend in het werkboek Maatschappijleer van mijn zoon kom ik, net nu de allochtoon uit de mode raakt, erachter dat ik er mijn hele leven al eentje ben. Een van mijn ouders is in het buitenland geboren. Ik heb daar nooit eerder iets achter gezocht. Nederlandstalige liedjes blèrende Ariërs met veel blond schuimend bier in hun kraag hebben me nooit kunnen bekoren. Vooral in het zuiden des lands is dat een mankement. Dit had een signaal kunnen zijn.
Ik kreeg een zoon en gaf hem, zoals het elke oude en nieuwe Nederlander betaamt, aan bij de burgerlijke stand in mijn gemeente. Na enige tijd kwam er brief van de Franse ambassade waarin staat dat Frankrijk mijn spruit claimt. Frankrijk was erachter gekomen dat een van zijn onderdanen zijn zaad in Nederland verspreidde en ondernam actie. Mijn zoon heeft nu twee nationaliteiten, hij is ook allochtoon. Had ik me eerder verdiept in de nieuwe Nederlandse maatschappijleer dan stond er op zijn geboortekaartje: ‘Met trots presenteren wij u De Nieuwe Nederlander’ in plaats van ‘Hoera, hier is Henkie!’
‘Sommige mensen vinden allochtoon negatief klinken’ staat er verder in het boek. Er zijn daarom termen bedacht waarmee je allochtoon kunt zeggen terwijl je het niet zegt. Volgens deze ontwikkeling ben ik, zelfs op mijn leeftijd, een nieuwe Nederlander of een nieuwkomer, zoals een schoonmaker, interieurverzorger heet.
Uit het boek leer ik dat ik een westerse allochtoon ben. Westerse allochtonen komen uit de VS, Europa, Japan en Indonesië. Dat is verwarrend, immers liggen Japan en Indonesië een pokkeneind ten oosten van Nederland. De niet-westerse allochtoon komt uit derdewereldlanden. Onder andere Turkije wordt hier genoemd. ‘De discussies in de media gaan meestal over niet-westerse allochtonen’ vermeldt het boek.
Jan uit Vlaardingen tweet:
“Ik hoop dat de lira diep genoeg in waarde zakt om Turkije de status van de derde wereld land te geven. Nooit in de EU en uit de Navo, allemaal weer lopen of op ezels rondrijden.”
Jan kan het weten; de Turkse immigrant is een westerse allochtoon.
In het buitenland, daarmee bedoel ik alle eerste- tweede- én derdewereldlanden behalve Nederland, is de allochtoon een onbekend fenomeen, daar spreekt men over migrant. Een allochtoon is derhalve typisch Nederlands en zou niet vervangen moeten worden door een nieuwe Nederlander. Een nieuwe Nederlander op leeftijd is bovendien een contradictie.
De allochtoon zou de status van cultureel erfgoed moeten krijgen.

Indoctri natie

Ha gezellig, post van mijn verzekering, dacht ik toen ik vanmorgen een mailtje kreeg van ‘Uw Verzekering’. Ik vond het ook fijn dat ik met U werd aangesproken.
Mijn Verzekering vroeg me of ik wel voor al mijn spullen verzekerd ben. Ik kreeg argwaan. Verderop las ik allerlei doomscenario’s over wat er allemaal kan gebeuren met Jouw in de loop der jaren verzamelde meuk. Mijn Verzekering probeerde me in mijn broek te laten urineren van angst. Hij weet natuurlijk niet dat ik een aluminium honkbalknuppel naast mijn bed heb staan.
Ik stuurde ‘Uw Verzekering’ een antwoord:

Hartelijk dank voor Uw spontane berichtje. U zou toch, als Mijn Verzekering, wel moeten weten of ik voor al mijn spullen verzekerd ben? Ik begrijp de vraag niet zo goed.
Mocht het zo zijn dat U Mijn Verzekering niet bent, dan zou Uw gezellige berichtje in mijn mailbox binnenkomen met in de eerste dertien letters en de tussenliggende spatie een onwaarheid. Wij noemen dat in de volksmond liegen (zes letters). Ik vraag me af waarom iemand die mij niet kent denkt: ‘Ah, die mevrouw Matula, daar ga ik vandaag eens lekker tegen liegen.’ Het lijkt me zelfs een beetje raar.
Ik krijg vaker post van mijn verzekering, die spreekt mij aan met ‘U’. Ik denk dat dat is omdat ik als klant gerespecteerd wordt maar dit even terzijde. Het deed mij twijfelen aan de oprechtheid van Uw berichtje.
Kunt U wellicht opheldering geven over bovenstaande? 

Ik weet natuurlijk best wat ze willen. Ze willen mijn geld. Eerst maken ze me bang en dan schudden ze mijn zakken leeg. Indoctrinatie is het.

Over doctoren gesproken, mijn bloedjes van kinderen zijn, zoals het hoort, allebei gevaccineerd. Toen de oudste drie was begon hij heel lelijk te hoesten. ‘Kinkhoest’ diagnosticeerden de artsen. We kregen apparaten en medicijnen om de benauwdheid te verlichten. De kinkhoest zou vanzelf weer overgaan zei de dokter. Dat gebeurde na een aantal angstige maanden.
Zelf nadenken, zo’n rebelse daad was indertijd nog niet in me opgekomen. Decennia na de kinkhoestaanvallen van mijn zoon dacht ik: ‘Huh? Hij was daar toch tegen ingeënt? Hoe kan het dan dat hij toch …?’
Ik ging steeds meer nadenken, en dat beviel me wel. Er zijn jaren geweest dat ik het nadenken als hobby bestempelde. Uiteindelijk werd ik van nadenken niet heel erg gelukkig. Je gaat je allerlei dingen afvragen: ‘Zit er hier niet iemand te liegen? Waar begint het einde van de tafelpoten? Wat moeten ze van me? Wat is wetenschap?’
Wetenschap; een stelling poneren en dan argumenten verzamelen om de stelling te onderbouwen.
Als het gaat om het wetenschappelijk onderbouwen van de werking van vaccinatie tegen mazelen zegt men dat na het landelijk invoeren hiervan in 1976 de ziekte nauwelijks meer voorkomt. Dat klopt. Wat niet verteld wordt is dat de mazelenuitbraak op zijn hoogtepunt was in 1908 met 1576 sterfgevallen, waarna het geleidelijk afliep tot zestien in 1966, het jaar waarin ik werd geboren, niet ingeënt, de mazelen kreeg en overleefde, naar één in 1975 en één in 1976, het jaar waarin iedereen gevaccineerd werd. In 1977 stierven vijf mensen aan mazelen en de daaropvolgende jaren regelmatig een, twee of nul.
Klaas Dijkhoff, deskundige, want hij heeft net zijn dochtertje laten inenten, zegt hierover: ‘Voor ons klinken de mazelen als iets uit een Lucky Luke-stripverhaal. In de realiteit zijn de mazelen een dodelijke ziekte.’
Het is heel aannemelijk dat hij zo denkt, want hij is van ver na 1976 en heeft nooit meegemaakt dat zijn halve klas rondliep met rode vlekken in het gelaat en dat niemand daar hysterisch van werd.
Ik vermoed dat Klaas meer verstand heeft van budgetteren. Meer dan ik. Ik maak hier desondanks een losse berekening:
In 2011 betaalde Artsen Zonder Grenzen € 0,19 per mazelenvaccin (hier wordt dan nog winst op gemaakt). Een BMR-vaccin wordt hier verkocht voor ongeveer € 33,00. As ik allerlei vage inflaties en hogere inkoopkosten meeneem schat ik de productiekosten van het BMR-vaccin ruim in op € 3,00. Zo hebben we het hier over een winstmarge van meer van vijfeneenhalf miljoen euro per jaar. Dat dient koste wat het kost beschermd te worden. Daar hebben we een minister van defensie hard voor nodig. Hij pleit dan ook voor verplicht inenten.

Artikel 11 van de grondwet luidt: ‘Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.’
Het feit dat in 2020 ieders lichaam na de dood ter beschikking wordt gesteld van de eerdergenoemde wetenschap zonder dat je eerst een hoop toeren moet uithalen om dat te voorkomen als je dat niet wilt was al een discussiepuntje.
Verplicht een spuit laten zetten, hoe ziet men dit voor zich? Als een meisje nee zegt, bedoelt ze nee.

Haal de geit uit de illegaliteit

‘Goade rapen?’ vroeg mijn buurman. Ik kwam hem tegen op straat en, al zeg ik het zelf, ik zag er geweldig uit.  Hij zou wel moeten weten dat vrouwen doorgaans niet op stap gaan om iemand aan te randen. Later ontdekte ik dat hij ‘rêepe’ had gezegd, wat zoiets betekent als ‘chantenellen’ of spelen. Ik was wel blij dat hij überhaupt iets tegen me zei, want het leggen van sociale contacten was er de laatste jaren wat bij ingeschoten. Mijn darmen reageren nogal heftig op koemelk. Als ik dat consumeer, produceer ik luchten waar die van de Brabantse mega-varkensstallen bij in het niet vallen. Ik stapte over op geitenmelk en maakte vrienden. Eerst op de geitenboerderij, en later praatten de buren ook weer met me. Het was niet meer alleen ‘rot op, gij stinkerd!’

Twintig jaar geleden joegen junks, criminelen en toeristen mij van driehoog achter in Amsterdam naar het gemoedelijke Brabant. Terwijl ik aan het inpakken was hoorde ik op de radio opvallend veel nieuws over Brabant; achtervolgingen, drugsvondsten, geweld. Ach, als je net een gifgroene Ferrari besteld hebt zie je die ook plotseling overal rijden, dacht ik. Ik settelde me in mijn half-vrijstaande paleisje in ‘het Brabantse’. Ik kwam erachter dat het bier dat rijkelijk in mijn straatje vloeide niet louter een bourgondische functie had.  In mijn Brabantse periode heb ik dingen gezien waar Amsterdamse honden nog geen brood van lusten. Peter Klerks, raadsadviseur van de top van het Openbaar Ministerie, zegt in een interview met het Brabants Dagblad in 2017: ‘Een lakse overheid heeft in Brabant twintig jaar lang weggekeken van de groeiende drugscriminaliteit in Brabant. Onderbezette politiekorpsen moesten daardoor machteloos toezien hoe Brabantse misdaadondernemers zich in de hoogste regionen van de Nederlandse onderwereld nestelden.’ De politiekorpsen hielden zich wel bezig met het ontruimen van Fort Oranje in Rijsbergen. De illegale bewoners van deze camping konden nergens anders terecht. Polen en Roemenen werden de land- en tuinbouw uitgewerkt. De rest van de wereld riep ondertussen dat geen mens illegaal is.

Om de haverklap werden illegale wietkwekerijen ontmanteld.  Sinds kort is er een experimenteerwet; telers mogen onder toezicht legaal wiet kweken. Echter, het zit in de aard van het Brabantse beestje: in Waalre is nu een illegale geitkwekerij ontmanteld.
Geen enkele geit zou illegaal moeten zijn.

Mag ik op u rekenen?

Brief aan mijn werkgever

Gisteren kreeg ik een enorme stapel post aangeleverd. Daartussen zaten 432 ongeadresseerde folders van de VVD. Nu ben ik niet gewoon om ongeadresseerde post voor u rond te brengen, maar in het kader van de slogan ‘voel de liberaal in u’ was ik bereid hier wat hand- en spandiensten te verrichten.

Ik begon vanmorgen al vroeg. Normaal volg ik op vrijdagochtend liever eerst een Zumba-les. Als ik dans ben ik even helemaal van de wereld en waan ik mij in exotische oorden of ben ik de ster op het podium van Carré. De kou en de miezerregen deren mij daar niet. Ik moet wel goed opletten dat ik in deze staat niet tegen mijn dansleraar aanhuppel. Maar goed, vanmorgen besloot ik al deze geneugten aan mij voorbij te laten gaan omdat er in de middag regen voorspeld werd door Buienradar. En Buienradar, daar kun je op rekenen. Dat klopt op de minuut af.
Ik begon zoals altijd op de van Vollenhovenlaan. Op nummer 327 werd ik vrolijk verwelkomd door de bewoonster die haar post én de flyer persoonlijk in ontvangst nam. Ze bekeek de flyer en zei: ‘Zo, die is blauw.’
Nu hou ik me de laatste tijd verre van politiek. Dat heeft met levenservaring te maken denk ik. Met heimwee denk ik weleens terug aan de tijd dat ik me rimpelloos druk kon maken om uitspraken, debatten en de mens in de politiek. Tegenwoordig is het voor mij allemaal een konkelende pot nat. Toch vroeg ik me onderweg af wat ze nu precies bedoelde. Zou ze Mark Rutte, die in vol ornaat op de flyer afgebeeld staat, hebben betrapt op drankmisbruik? Het lied ‘Blauw’ van de Scene uit de jaren tachtig kreeg ik onderweg niet meer uit mijn hoofd. ‘Blauw, blauw, blauw, keer ik terug naar jou …’ Wat bedoelt Thé Lau hiermee? In het licht van mijn bezigheden in Amsterdam toentertijd bezien denk ik dat hij, toen hij dit componeerde, regelmatig stomdronken bij zijn vrouw kwam aankakken. Het kan ook zo zijn dat er een diepere poëtische betekenis in de tekst verborgen zit, maar ik ben niet zo goed met poëzie. Enfin, ik vertelde de mevrouw dat ik alleen maar de folders rondbreng: ‘Don’t shoot the messenger.’

Zelf heb ik een Ja/Nee-sticker op mijn brievenbus. Gisteren kreeg ik desondanks een flyer van de SP door mijn strot geduwd. Kwaad gooide ik het ding direct in de papierbak; ik vind dat er wel wat meer rekening met het milieu gehouden kan worden.
Ik kwam vanmorgen ook aardig wat Ja/Nee-stickers tegen (tot ik in de betere buurt kwam, daar zie je ze zelden). Ik werd zelfs een beetje trots op mijn mede-stadsbewoners. Terwijl ik fantaseerde over een paradoxale theorie, die ik zelf heel grappig vond, om bij iedereen ongevraagd een Nee/Nee- en een Ja/Nee-sticker in de brievenbus te stoppen, vooral bij mensen zoals ik die zich jarenlang ergeren aan de stortvloed van ongeadresseerde post maar ondertussen te lui zijn om zo’n sticker op de deur te plakken en bij dat soort mensen dan ongevraagd stickers in de brievenbus te stoppen, merkte ik dat ik niet goed op liep te letten en al gniffelend flyers in brievenbussen met een sticker erop stopte. Hier zouden dus klachten over kunnen komen.
Ik besloot wat beter op te letten, elke keer als ik in mijn ooghoek het vrolijke groen en oranje signaleerde liep ik dat huisje stilletjes voorbij.
Bij het Cobbenhagecollege aangekomen leerde ik dat dit ook niet de manier is. Ik dacht daar zo’n sticker te zien, maar bij nadere inspectie bleek de sticker daar niet te gaan over post, maar over huiswerk en lesuitval. School, de aangewezen plek waar de gevaren van verneukerativiteit onder de aandacht gebracht dienen te worden.

Hoe blijer ik werd van de aanwezige stickers, des te kwader werd ik op de kleppen zonder sticker. Ondertussen begon het ook nog eens te regenen. ‘G%$#@! Je wordt in dit kutland ook aan alle kanten genaaid!’ dacht ik terwijl ik nog een slappe natte Rutte in een gleuf stopte. Ik had evengoed lekker aan het dansen kunnen zijn, maar nee, hier liep ik blauwbekkend natte ongewenste flyers in brievenbussen te stoppen. Ik haatte Buienradar, Mark Rutte, mijn fiets en sommige brievenbussen. Wat die brievenbussen betreft, de meeste brievenbussen, daar is echt niet over nagedacht. Regelmatig kom ik brievenbussen tegen die er van buiten heel ontvankelijk uitzien, net als de VVD, maar wanneer je er dan info in wilt stoppen blijkt dat de wezenlijke opening, aan de binnenkant, weerstand vertoont. Van binnen zit er iets wat de boel frustreert. Er is nauwelijks een doorgang te vinden achter de opgepoetste buitenklep, de belofte van ontvankelijkheid blijkt een leugen. Daarom is er hier en daar wat post halverwege de brievenbus blijven steken. Hier zouden ook klachten over kunnen komen.

postklein

Al ploeterend en mopperend kreeg ik ruzie met mijn fiets die, omdat de tassen zo zwaar waren, niet behoorlijk wilde blijven staan. Laatst was ik met die fiets bij de fietsenmaker om er een slot op te laten zetten, en daar stonden ze met werkelijk vier man om mijn fiets heen keihard te lachen toen ik vertelde dat ik hier post mee rondbreng. Er is iets met de voorvork, die schijnt krom te zijn. Ik zie het niet maar zij zagen het wel. Dat ik er een mandje op wilde hebben werd afgeraden. Een paar dagen later ben ik incognito via de andere ingang van de fietsenwinkel toch een mandje gaan halen.
Vandaag had ik ook een hekel aan mijn fiets. Ondanks dat ik op mijn fiets moet letten van u, heb ik de fietsenmakers- en weergoden en de postbezorgersbeschermheiligen uitgedaagd en getart door nergens mijn fiets op slot te zetten. ‘Ik hoop dat je gejat wordt’ beet ik hem toe. Dat is niet gebeurd. Ik weet niet wie er als winnaar uit de bus is gekomen.
Op de Sweelincklaan kwam ik een collega van Post NL tegen. Hij deed zijn ronde in een rammelende Ford K. Ik heb het idee dat hij beter betaald krijgt dan ik. ‘Het kost wat, maar zo blijf ik wel lekker droog’ vond hij.

Na een uur stopte het met regenen. Ik kwam aan in het kamp aan het eind van de Sweelincklaan. Daar heeft iedereen honden. Op nummer twaalf hebben ze sinds kort zo’n hond met een bek waarvan je vermoedt dat een hondentandtechnicus daar een berenval in heeft gemonteerd. De post voor nummer twaalf stop ik meestal in de brievenbus bij nummer zestien. Hier gaan geen klachten over komen. De eigenaar van deze hond heeft me met omfloerste stem verteld dat hij dat niet erg vindt omda ’n diee heul gère schone vrouwkes vat. Vandaag zag ik daar een vrouw de stoep natspuiten wat raar was, want het had net geregend. De hond zag ik even niet en ik besloot dapper een verlepte flyer in haar brievenbus te stoppen. Plotseling dook de hond vanuit het niets op me af en ik zeek in mijn broek. Dat merkte niemand, ik was toch al kleddernat door mijn natte fietszadel, waar wat gaten inzitten zodat het als het regent een zompige spons wordt.

Wat ik hiermee eigenlijk wil stellen is de vraag die Mark ook stelt op zijn flyer, ‘mogen we op u rekenen?’ Je zou zeggen dat de regering daar een rekenkamer voor heeft dus eigenlijk is dat flauwekul. Maar als ik ga rekenen zie ik dat er iets niet klopt. Ik zie op de planning staan dat ik 347 poststukken moest rondbrengen, maar ik had, buiten de gangbare liefdes- en belastingbrieven ook nog 432 flyers te bezorgen. Wat schuift dat?

Al met al vond ik het heel leuk om deze keer eens werkelijk elke gleuf in mijn wijk af te werken, op zijn Tilburgs dan. In good old Amsterdam zou deze uitspraak een hele andere lading dekken.

 

Be middelbaar

Onlangs is mijn moeder bijna honderd geworden. Om precies te zijn 92, op die leeftijd is dat bijna honderd. Ikzelf ben middelbaar, dat is in deze berekening iets over de helft van bijna honderd. In verschillende levensfases zweet een vrouw ’s nachts om verschillende redenen. Ik heb de laatste fase achter de rug, en dan ga je toch iets missen. Substitutioneel zweten doe ik tegenwoordig overdag, in de sportschool. Wil ik ’s nachts nog zweten? Ik ging op onderzoek uit.

Informatie die ik vond over de bijna oude vrouw is dat ik mijn middelbare punani regelmatig moet bekijken met een leuk spiegeltje. Zo’n leuk spiegeltje moet ik kopen, want ik heb geen leuk spiegeltje. Ik krijg geen beeld bij leuke spiegeltjes, en vraag me af waarom een spiegeltje waarmee ik mijn punani ga bekijken persé leuk zou moeten zijn. Uiteindelijk gaat het om de inhoud, niet het uiterlijk. De punani krijgt, in tegenstelling tot de rest van je lijf, geen rimpels. Het haar erop verandert dan weer wel van samenstelling. Dat heb ik gezien, daar heb ik geen spiegeltje voor nodig. Er wordt geadviseerd om op hogere leeftijd dat haar te waxen in bad of onder de douche. Dat is minder pijnlijk. Waxen? Geen haar op mijn punani die daaraan denkt.
Verder wordt geadviseerd de punani gewoon bij de naam te noemen: vagina.
Het siert de oudere vrouw om het hoofdhaar kort en pittig te dragen. Mijn haar is al jaren bijna lang. ‘Bijna’ is een constante factor sinds mijn conceptie. Mijn haar wordt gewoon niet langer. Ik houd van het gevoel van mijn bijna lange haar tussen mijn schouderbladen in de zomer, als ik mijn nog rimpelloze rug niet heb ingepakt.

En dan is er de hamvraag: Ben ik bemiddelbaar? Ik stelde een contactadvertentie op voor in de plaatselijke courant:
Bijna gezellige spontane lieve vrouw die bijna overal voor open staat, dol op: gras, avocado’s, kip, bomen, de geur van paardenmest, woorden, hele zinnen, haar, rust en met rust gelaten worden, houdt niet van: gezeur, teckels, pop-ups, katten, te veel aftershave, masculien gedrag, gedrag in het algemeen, de meeste mensen, de meeste dieren, doordrammen, stof, afstoffen, romantiek met van die ranzige Franse stinkkaas en kaarslicht zonder leesbril en met wijn, saai, druk, leuke spiegeltjes, herrie, te lange stiltes, genegeerd worden en bellen zoekt een leuk spiegeltje. Wil jij dat zijn?
En wat ík daar dan mee wil weet ik nog niet zo goed.

Fijne vrouwendag.

Ziek

Ziek is een plaats in Gelderland, een buurtschap om precies te zijn. Als je in Ziek geboren bent kun je zeggen ‘ik ben een Zieker.’ Ben je ziek in Ziek en je partner is ook ziek dan is de ene Zieker altijd nog zieker dan de andere Zieker.

Toen ik nog jong was werd iedereen weleens ziek. We hadden ons hele lijfje vol zitten met rode bultjes of blaasjes of we liepen rond met dikke wangen. We spaceten van de koorts, onze moeders verwenden ons met liefde en aandacht, voor een dagje, en dan gingen we weer zonder veel ophef naar school.
Als we nu zo’n geval zien is de patiënt niet ziek, maar heeft een diagnose. De diagnose is OOG (oppositioneel-opstandige gedragsstoornis), beter bekend als ODD (oppositional defiant disorder). De theorie hierbij is dat je alleen maar zo ziek wordt als je je niet laat vaccineren, en als je je niet laat vaccineren ben je opstandig en ongehoorzaam. Dit wordt niet te lijf gegaan met wat liefde, aandacht en ‘nou niet meer zeuren, hup aandeslag!’, maar met psychofarmaca.

‘Ziek’ is ook wel de benaming van een handeling die niet in overeenstemming is met gangbare normen en waarden. Bijvoorbeeld, als een jongetje een vuurpijl aan een kat vastbindt en aansteekt is dat ziek. Het jongetje zelf wordt niet zo genoemd; dat wat hij doet is ziek. In het Engels is er wel een term voor zo’n jongetje: Sicko (ziekerd) – A mentally ill or perverted person, especially one who is sadistic.

Hoe dan ook heeft ‘ziek’ altijd een negatieve lading. Gehad, tot ongeveer de tijd dat Brexit op gang kwam. En hier zit nu juist de paradox. ‘Sicko’ is slang, slang is Engels. Dat iets ‘ziek’ of ‘sick’ is, wás me duidelijk. Nu word ik gedwongen in tegengestelde richtingen te interpreteren. Plotseling hoor ik overal ‘ziek’ (sick) vallen wanneer er iets mooi of leuk gevonden wordt.
Online is een artikel te vinden van het NRC Handelblad waarin staat dat tagboys alleen kleding dragen die dope, hard en sick is. “Ze vinden merken zeer belangrijk, maar zelf krijgen ze liever geen label. Deze jonge tagboys weten wat ze mooi vinden” is de verklaring.

De zelfbewuste Nederlander zegt niet ‘sick’ maar ‘ziek’. En hier ga ik me oud voelen. Het is voor mij een onmogelijke opgave om zo snel te schakelen tussen negatief ziek en positief ziek. Dit is omgekeerde slang, gnals. Ik heb geen idee wat ik moet verwachten bij een ziek feest.
Als een werknemer zijn werkgever opbelt met de mededeling dat hij te ziek is, hoe moet dit geïnterpreteerd worden?  Vindt hij zichzelf te cool en te vet om te komen werken voor zijn baas? Heeft hij psychofarmaca genomen en is hij aan het spacen? Om er zomaar vanuit te gaan dat hij zich niet lekker voelt is behoorlijk uit de tijd.