Slecht voorbeeld

De hele dag had ze naar hartenlust iedereen gelijk gegeven. Nu was de lucht blauw, het zonnetje aangenaam. Duif flikkerde constant vanuit de conifeer naar beneden omdat hij niet vatte dat de takken zijn obesitaslijf niet konden dragen. Ze zeek zowat in haar broek van het lachen.
De Blauwe regen bloeide uitbundig, de zon speelde een kleurrijk spel met de Japanse esdoorn. Maar iets verstoorde haar genot.
Uit haar laars pakte ze haar Smith & Wesson Magnum, sloop naar de voordeur en schoot de chauffeurs van de eerste zeven stinkauto’s die voorbij kwamen helemaal de tyfus.

Gezellig

‘Roekoe!’ riep Duif.
‘Hoezo roekoe, doe ’s effe normaal.’
‘Ik ben ook van slag hoor, het zijn rare tijden.’
‘Jij ook al? Met je “het zijn rare tijden.” Kun je niet gewoon iemand even op zijn hoofd schijten of zo? Hier, neem een stukje broccoli.’
‘Gadverdamme, ik lust geen broccoli.’
‘Jij hebt helemaal niks niet te lusten, dit is alles wat ik heb. Roekoe, oké?’
‘Zullen we een stukje vliegen?’
‘Eerst je broccoli eten. En ik kan niet vliegen, ik heb benen. Oh man, gelukkig ben ik niet depressief, anders zou ik iemand keihard op z’n bek rammen, nu.’

De terugkeer van de vlerk

‘Normale duiven eten geen broccoli.’
‘Jij bent niet normaal, Duifje, jij bent speciaal. Vorig jaar vond je dit gerecht nog heerlijk.’
‘Sommige wezens ontwikkelen zich. Ik heb gereisd, vele plekken gezien, andere culturen geproefd. Jij zit hier nog steeds met je broccoli. Je mag dat balkon trouwens wel eens schoonmaken, daar wil een patatrat nog niet landen.

‘Ik miste je.’ Elly’s ogen worden nog roder en beginnen te glinsteren. Ze knuffelt haar bibberende Gizmootje.
‘Ik jou ook. Ik heb iets voor je meegenomen,’ fleemt Duif en tovert een chien bourguignon onder zijn vleugels vandaan.

De postduif

Tijdens zijn werk haalde hij de woede van veel mensen op zijn nek door banden van scootmobiels die in de weg stonden lek te pikken, in brievenbussen te flatsen, plaatjes uit catalogi te scheuren en tijdens elke ronde agressief zijn cloaca tegen die van Keet Koekert, de aan lagerwal geraakte knuffelduivin van de buurt, te schuren. Hij gaf haar dan een postzegel die ze inruilde voor een shot.

Pensioen

Hij schiep er voldoening in het voetvolk te stangen. In de virtuele wereld van de doffer valt daar via een gecompliceerd puntenstelsel goed mee te verdienen. Excessen worden beloond met aircoins, en de Duif verdiende er genoeg om na zijn pensioen een vlucht naar Honolulu te boeken.
Samen met Keet Koekert wil hij daar de rest van zijn leven boeken lezen en biologische groentecocktails drinken.

In V-formatie nadert een vlucht wraakzuchtige homo sapiëns. Boven het koppel op het strand blijven ze hangen, stil als kolibries. De leider laat als eerste zijn broek zakken en mikt.

31776201_1721508631296874_4146708641304543232_n
foto: Marij Smeets

Rozengeur en zonneschijn

Ze kwezelt over ontluikende bloemenknopjes en vochtige lentebriesjes. Wat is er toch met haar?

De Romeinse zevenbladsalade begint hem op te spelen. De orthomoleculair geneeskundige had vorige week vastgesteld dat zijn darmen lekten door een overdaad aan rozengeur. Zou ze dat door de salade gedaan hebben? Bij het ‘… de tuin is vol beloften …’ zwelt zijn lichaam op. ‘Laat het los’ bast de stem van de diëtist door zijn hoofd.

Darmgassen stuwen hem omhoog en hij ontlast zich precies boven haar gekapte hoofd. Binnenkort groeien er weer spijsvertering stimulerende kersen aan de boom. Voor hem schijnt nu al de zon.

Suikerzoet

Het orgel speelt loeihard ‘una paloma blanca’. Nerveus neem ik nog een slok kamillethee. Weet ik het wel zeker? Hij zag er weer niet uit in zijn piggy-onesie gisteravond. Hij draagt dat ding altijd thuis. Dat je wat gemakkelijks aantrekt na je werk, dat snap ik best. Maar die onesie …

‘Staan de duiven klaar papa? Ik wil geen trouwerij zonder witte duiven.’ Ik trek een pruilmond om mijn stelling kracht bij te zetten. Papa is daar altijd gevoelig voor. Zijn blik schiet naar een plek ergens schuin achter me als hij zegt: ‘Ja, natuurlijk, dat heeft je zuster allemaal geregeld. Dat weet je toch.’
‘Nee dat weet ik helemaal niet! Luiza is een dom wicht, die kan helemaal niks.’
‘Rustig maar, het is geregeld.’
Ik geef een trap tegen de Ming vaas in mijn kleedkamer. Het lelijke ding klettert op de marmeren vloer aan gruzelementen.
‘Kan die organist niet iets anders spelen? Dit werkt op mijn zenuwen.’
‘Ik zal het gaan vragen. Hier, ik heb iets rustgevends voor je. Je zult met dat temperamentje van je alle gasten nog de stuipen op het lijf jagen.’ Broer Antonio stopt een suikerklontje in mijn mond.
‘Madre mia, ik ben toch zeker geen paard?’ Wat is dit nu weer?

Even later zweef ik aan de arm van mijn vader de kerk binnen. In de banken zitten driehonderd uit de kluiten gewassen witte duiven mij aan te staren. Bij het altaar staat een modderig zwijn met een vlinderdasje om zijn vette nek en een pistool tussen zijn poten naar me te grijnzen. Ik gil. Het zwijn lost een schot in de lucht, papa vangt me op als de duiven langs mij heen in paniek de kerk uit vliegen.