De postduif

Tijdens zijn werk haalde hij de woede van veel mensen op zijn nek door banden van scootmobiels die in de weg stonden lek te pikken, in brievenbussen te flatsen, plaatjes uit catalogi te scheuren en tijdens elke ronde agressief zijn cloaca tegen die van Keet Koekert, de aan lagerwal geraakte knuffelduivin van de buurt, te schuren. Hij gaf haar dan een postzegel die ze inruilde voor een shot.

Advertenties

Pensioen

Hij schiep er voldoening in het voetvolk te stangen. In de virtuele wereld van de doffer valt daar via een gecompliceerd puntenstelsel goed mee te verdienen. Excessen worden beloond met aircoins, en de Duif verdiende er genoeg om na zijn pensioen een vlucht naar Honolulu te boeken.
Samen met Keet Koekert wil hij daar de rest van zijn leven boeken lezen en biologische groentecocktails drinken.

In V-formatie nadert een vlucht wraakzuchtige homo sapiëns. Boven het koppel op het strand blijven ze hangen, stil als kolibries. De leider laat als eerste zijn broek zakken en mikt.

31776201_1721508631296874_4146708641304543232_n
foto: Marij Smeets

Rozengeur en zonneschijn

Ze kwezelt over ontluikende bloemenknopjes en vochtige lentebriesjes. Wat is er toch met haar?

De Romeinse zevenbladsalade begint hem op te spelen. De orthomoleculair geneeskundige had vorige week vastgesteld dat zijn darmen lekten door een overdaad aan rozengeur. Zou ze dat door de salade gedaan hebben? Bij het ‘… de tuin is vol beloften …’ zwelt zijn lichaam op. ‘Laat het los’ bast de stem van de diëtist door zijn hoofd.

Darmgassen stuwen hem omhoog en hij ontlast zich precies boven haar gekapte hoofd. Binnenkort groeien er weer spijsvertering stimulerende kersen aan de boom. Voor hem schijnt nu al de zon.

Suikerzoet

Het orgel speelt loeihard ‘una paloma blanca’. Nerveus neem ik nog een slok kamillethee. Weet ik het wel zeker? Hij zag er weer niet uit in zijn piggy-onesie gisteravond. Hij draagt dat ding altijd thuis. Dat je wat gemakkelijks aantrekt na je werk, dat snap ik best. Maar die onesie …

‘Staan de duiven klaar papa? Ik wil geen trouwerij zonder witte duiven.’ Ik trek een pruilmond om mijn stelling kracht bij te zetten. Papa is daar altijd gevoelig voor. Zijn blik schiet naar een plek ergens schuin achter me als hij zegt: ‘Ja, natuurlijk, dat heeft je zuster allemaal geregeld. Dat weet je toch.’
‘Nee dat weet ik helemaal niet! Luiza is een dom wicht, die kan helemaal niks.’
‘Rustig maar, het is geregeld.’
Ik geef een trap tegen de Ming vaas in mijn kleedkamer. Het lelijke ding klettert op de marmeren vloer aan gruzelementen.
‘Kan die organist niet iets anders spelen? Dit werkt op mijn zenuwen.’
‘Ik zal het gaan vragen. Hier, ik heb iets rustgevends voor je. Je zult met dat temperamentje van je alle gasten nog de stuipen op het lijf jagen.’ Broer Antonio stopt een suikerklontje in mijn mond.
‘Madre mia, ik ben toch zeker geen paard?’ Wat is dit nu weer?

Even later zweef ik aan de arm van mijn vader de kerk binnen. In de banken zitten driehonderd uit de kluiten gewassen witte duiven mij aan te staren. Bij het altaar staat een modderig zwijn met een vlinderdasje om zijn vette nek en een pistool tussen zijn poten naar me te grijnzen. Ik gil. Het zwijn lost een schot in de lucht, papa vangt me op als de duiven langs mij heen in paniek de kerk uit vliegen.

De reis

Met gebroken vleugels zwiert hij door het kruiende ijs, al zijn zintuigen staan op scherp. Hij vindt een opening en glijdt eronderdoor. Anemoonarmen reiken naar hem, hij ontwijkt een happende reuzenoester. Zeemeerminnen zingen hem toe en moedigen hem aan. In de schemerige diepte vindt hij moeiteloos zijn weg. Aangekomen in Bikinibroek wordt hij zich bewust van zijn duif-zijn en stikt.

Het breekpunt

Ik ben in de bloei van mijn leven, mijn veren glanzen, de show kan beginnen. Na een laatste inspectie in de spiegel zweef ik gracieus naar rauw kuiken in Klaas-Jans handschoen. Het publiek houdt de adem in.

Klaas-Jan stuurt me naar boven om een bevallige dans te doen. Daar zie ik die duif, die me de hele nacht wakker hield met zijn gezanik over showdames. Toen kon ik hem niet raken, maar nu scheur ik zijn vleugel. Hij slingert scheldend omlaag. Zijn rondfladderende matties sla ik moeiteloos knock-out.

Hormonen roepen. Klaas-Jan roept. Mijn instinct roept.
Ik vertrek.

Getroffen

Daarnet heb ik haar voor het eerst geproefd. Ze smaakt en geurt naar mango. We strelen elkaars handen, verkennen elke vinger minutieus. Als ze via mijn handpalm het kuiltje in mijn hand beroert stroomt ze door mijn lijf en tintelt het.
Ze zegt me te wachten. Trillend voldoe ik aan haar wens. Ze loopt bevallig de trap op, de spanning opvoerend met elke trede die haar voeten beroeren.

Deze avond mag ik haar zacht verlichte kamer betreden. Ze wenkt vanaf het hemelbed. Ik ben permanent gevangen in haar verwarmende cocon van vloeibare aanrakingen.
In een hoek van de kamer, op een zwartgouden Louis Quinze-stoel, onderscheid ik een duif. Hij draagt een gleufhoed en leest een boek. ‘Comment puis-je chier sur les gens’ lees ik op de omslag. De duif duwt zijn zonnebril even omhoog om naar me te knipogen.

Met mijn hoofd schuif ik de buik van mijn muze omhoog. Ik vouw haar schaamlippen opzij. Het bloed stormt door mijn hoofd. Mijn lichaam schokt schreeuwend.
Terwijl ik haar knieën masseer met mijn zaad kijk ik haar, volkomen gelukkig, aan.
Ze tast onder haar kussen. In het schemerlicht schittert een Smith & Wesson Magnum.