Op leeftijd

Vier keer vraagt ze me of haar broer nog leeft. ‘Ja, maar tante Bep is wel pas overleden.’
‘Oh ja, dat is ook zo. Ik hou het niet meer bij hè.’
Wanneer ik haar míjn leeftijd vertel gaan de wenkbrauwen van mijn bloedeigen moedertje omhoog.
‘Nee, echt? Zo oud? Zo zie je er helemaal niet uit.’
Nu ik haar dochter weer ben scheur ik in jeugdige sferen naar huis.
‘I won’t pay, no wayayayay’ schreeuw ik met The Offspring mee naar de agenten die me aan de kant willen zetten terwijl ik mijn middelvinger opsteek. Ik word er helemaal vrolijk van.
Enthousiast trap ik, bijna thuis, door mijn koppeling heen. Nu sta ik te wachten op de Pechhulp. Ik hoop dat ze opschieten, mijn geraniums moeten nodig afgestoft worden.

Suikerzoet

Het orgel speelt loeihard ‘una paloma blanca’. Nerveus neem ik nog een slok kamillethee. Weet ik het wel zeker? Hij zag er weer niet uit in zijn piggy-onesie gisteravond. Hij draagt dat ding altijd thuis. Dat je wat gemakkelijks aantrekt na je werk, dat snap ik best. Maar die onesie …

‘Staan de duiven klaar papa? Ik wil geen trouwerij zonder witte duiven.’ Ik trek een pruilmond om mijn stelling kracht bij te zetten. Papa is daar altijd gevoelig voor. Zijn blik schiet naar een plek ergens schuin achter me als hij zegt: ‘Ja, natuurlijk, dat heeft je zuster allemaal geregeld. Dat weet je toch.’
‘Nee dat weet ik helemaal niet! Luiza is een dom wicht, die kan helemaal niks.’
‘Rustig maar, het is geregeld.’
Ik geef een trap tegen de Ming vaas in mijn kleedkamer. Het lelijke ding klettert op de marmeren vloer aan gruzelementen.
‘Kan die organist niet iets anders spelen? Dit werkt op mijn zenuwen.’
‘Ik zal het gaan vragen. Hier, ik heb iets rustgevends voor je. Je zult met dat temperamentje van je alle gasten nog de stuipen op het lijf jagen.’ Broer Antonio stopt een suikerklontje in mijn mond.
‘Madre mia, ik ben toch zeker geen paard?’ Wat is dit nu weer?

Even later zweef ik aan de arm van mijn vader de kerk binnen. In de banken zitten driehonderd uit de kluiten gewassen witte duiven mij aan te staren. Bij het altaar staat een modderig zwijn met een vlinderdasje om zijn vette nek en een pistool tussen zijn poten naar me te grijnzen. Ik gil. Het zwijn lost een schot in de lucht, papa vangt me op als de duiven langs mij heen in paniek de kerk uit vliegen.

Consumens

Als mensje kruip ik bij mijn moeder op schoot en knijp een bergje in het vlees op haar knokkels. Even blijft het rechtop staan om zich daarna langzaam terug te trekken.
Op de wastafel in haar slaapkamer staat een flesje Oil of Olaz. Daarmee bindt ze de strijd aan met de rimpels in haar gezicht, die er wel zijn maar ik niet zie.
De mijne voel ik op achtjarige leeftijd al aankomen en ik smeer met haar mee op mijn perfecte huidje.
Oil of Olaz gaat mij behoeden.

De wondercrème van mijn moeder vervang ik in de loop der jaren door veel mooiere beloftes. Ik consumeer cleansing milk, gezichtstonic en dag-, en nachtcrème voor de droge of natte huid.
Mijn gezicht bewerk ik met foundation en een laag poeder. Zoals het in de bladen wordt voorgeschreven schets ik mijn beeld met contourpotlood en eyeliner, vul het op met lipstick en lipgloss, mascara en veel kleuren oogschaduw. Een gezond ogende blush als kers op de taart.
Mijn haren verf ik blond, zwart, rood of paars. Dure handcrème is mijn houvast.
Terwijl mijn moeders haar grijs kleurt schitter ik kortgerokt met een jeukend gezicht in de disco.
Haar dieper wordende rimpels negeer ik; ik geloof.

Mijn moeders hoofd bestaat nu uit groeven, in hetzelfde gezicht. Haar haren schitteren wit.
In mijn badkamer staat een eenzaam flesje avocado olie.
Ik knijp bergjes in mijn knokkels.

© Stella Matula 2017

Gaten

De met liefde gemaakte soep neemt ze mee naar papa.

‘Ik heb liever niet dat je de sleutel gebruikt.’
‘Ik ben het papa.’
‘Oh, o ja.’
Ze zorgt voor papa zoals mama vroeger voor haar zorgde. ‘Hier, lekkere zelfgemaakte kippensoep, dat lust je wel hè?’
Met omlaag hangende mondhoeken boost hij weer over hen die nooit langskomen. Hij mijmert over zijn doden en beseft niet dat wat hij verloor ook haar verlies is.
De pijn is te groot, de hersens versleten, de tijd te laat om nog te praten.
Met een gat in haar hart laat ze hem weer alleen.

© Stella Matula 08-10-2017

Snerpend

Hij start de auto, geeft gas en knalt tegen een laag paaltje aan. Kut, in zijn achteruit dan maar en met volle snelheid naar huis.
Zijn vader heeft al gebeld om te vertellen dat hij eraan komt. Waar bemoeit die ouwe zich in godsnaam mee? Hij kwam alleen maar langs om zijn hart te luchten en nu dit weer.
Er is ook niemand die hem begrijpt. Met piepende banden parkeert hij de derdehands BMW voor zijn huis. Hij stuift naar binnen en roept: ‘Godnondeju! Is er nou eens koffie hier of moet ik het alwéér zelf zetten?!’
Niemand antwoordt.

 

© Stella Matula 22-09-2017

91

‘Een-en-negentig, wat een leeftijd hè. Gelukkig ben ik geestelijk nog helemaal goed. Bij sommige mensen van mijn leeftijd werkt het allemaal niet meer zo best in de bovenkamer. Bij mij gelukkig wel.
Sjaak is vier jaar ouder dan ik. Die leeft toch nog? Ja? Daar speelde ik vroeger veel mee. Hij kreeg nooit op zijn donder. Ik wel. Ja, ik was de jongste.
Waren wij laatst niet bij ome Sjaak en tante Til? Oh Til is vorige maand overleden. Ja ik vergeet weleens wat. Een hele leeftijd hè, een-en-negentig.
Ome Sjaak, leeft die nog?’

© Stella Matula 2017

Puppie, mummie en Poepie

Ik dobberde wat rond in mijn gerieflijke wereldje. Soms hoorde ik vaag ‘koetsjekutsjiekoe, mmmlblblliefffff.’
Plotseling kreeg ik een gootsteenontstopper op mijn hoofd gezet en werd weggezogen. Ik spartelde en schreeuwde, voelde hoe vocht mijn longen vulde. Licht bezorgde me een migraine-aanval.

Toen zag ik haar. Ze lachte gewoon! Boos keek ik terug. Even later werd ik in de armen gelegd van een man die ook al lachte. Iedereen in de kamer lachte. Ze noemden me ‘Poepie’, terwijl ik gewoon Amenhotep heet. Dat is al 34 eeuwen zo.

‘Mama, ma-ma’, zeg eens mama dan? Ik schudde mijn hoofd. ‘Zeg maar papa, ja! Papa!’ Uiteindelijk gaf ik toe. Maar ik zal nooit preciés doen wat ze van me vragen.
Nu heb ik een afspraak bij de logopedist.

 

© Stella Matula 2017

De wens

‘Ik wens dat er nooit meer iemand doodgaat’ zegt Miss Universe tegen de geest uit de stoffige fles die ze heeft gevonden tussen de rommel van haar pas overleden excentrieke zus.
‘Dat kan, maar daar staat wel iets tegenover.’
‘Wat dan?’
‘Dat er nooit meer iemand geboren wordt. Anders wordt het nogal een drukke bedoening hè.’
In een reflex legt ze een hand op haar licht bollende buikje.
‘Doe dan maar koffie.’

© Stella Matula 2017

Het Hoogtepunt

Anthony is mijn grote jeugdliefde uit Haarlem.
Als kind brengen we vele blije uren door op het strand van Zandvoort. Anthony neemt dan zijn vlieger mee. Hoe hij het ding omhoog laat schieten, cirkelen, duiken en zweven is spectaculair. Ik haal de vlieger op als het eens misgaat, mits die niet te dicht bij het water ligt. De verdrinkingsdood bezorgt mij sinds jaar en dag nachtmerries.

Als ik 24 ben trouwen we.  Onze wittebroodsweken brengen we door op de koffieplantage van zijn familie op Java. Op een van deze dagen gaan we naar Pangi Beach, zo’n tweeënhalf uur rijden van Kediri. Dit uitje is voor de familie Fokker een jaarlijks terugkerend hoogtepunt.
Anthony spreekt Indonesisch met zijn familie en drinkt arak en ik, ik voel me verloren. Afgezonderd mijmer ik over water en de mysteries van de zee.
De druppels in de zee, wanneer ze elkaar tegenkomen zouden ze dan zeggen: ‘Kom, wij vormen een legioen want als legioen doen we ertoe. We vormen samen een brullend wezen, een golf en samen met andere golven grotere golven. Dan gaan we naar de kust, het land op en slurpen een mens. En als het niet lukt proberen we het nog eens en nog eens?’

Op herhaaldelijk aandringen van vader en moeder Fokker komt Anthony tijdens de schemering zijn huwelijksrecht opeisen. In de branding, dat vindt hij romantisch. Zand schuurt mijn schaamlippen, het zweet druipt uit mijn bilspleet.
De terugreis lijkt oneindig.
Vier jaar later scheiden we. Kinderloos.

© Stella Matula 2017

Oppassen

Het was een medisch wonder, de onverwachte zwangerschap. Ze waren deeply in love en het werd een droomhuwelijk dat een onafgebroken drie jaar duurde.

Zij flierefloot, de behoefte was te sterk. Hij dreef maandenlang rond in verschraalde cafés.
Kleine Sophie veranderde van de dartele bezegeling der liefde in een gemeenschap van goed.

‘Kun je oppassen vanavond?’
‘Nee, oppassen, daar doe ik niet aan.
Ik ben haar vader, dat is wat ik doe.’

© Stella Matula 2017