De wens

‘Ik wens dat er nooit meer iemand doodgaat’ zegt Miss Universe tegen de geest uit de stoffige fles die ze heeft gevonden tussen de rommel van haar pas overleden excentrieke zus.
‘Dat kan, maar daar staat wel iets tegenover.’
‘Wat dan?’
‘Dat er nooit meer iemand geboren wordt. Anders wordt het nogal een drukke bedoening hè.’
In een reflex legt ze een hand op haar licht bollende buikje.
‘Doe dan maar koffie.’

© Stella Matula 2017

Advertenties

Het Hoogtepunt

Anthony is mijn grote jeugdliefde uit Haarlem.
Als kind brengen we vele blije uren door op het strand van Zandvoort. Anthony neemt dan zijn vlieger mee. Hoe hij het ding omhoog laat schieten, cirkelen, duiken en zweven is spectaculair. Ik haal de vlieger op als het eens misgaat, mits die niet te dicht bij het water ligt. De verdrinkingsdood bezorgt mij sinds jaar en dag nachtmerries.

Als ik 24 ben trouwen we.  Onze wittebroodsweken brengen we door op de koffieplantage van zijn familie op Java. Op een van deze dagen gaan we naar Pangi Beach, zo’n tweeënhalf uur rijden van Kediri. Dit uitje is voor de familie Fokker een jaarlijks terugkerend hoogtepunt.
Anthony spreekt Indonesisch met zijn familie en drinkt arak en ik, ik voel me verloren. Afgezonderd mijmer ik over water en de mysteries van de zee.
De druppels in de zee, wanneer ze elkaar tegenkomen zouden ze dan zeggen: ‘Kom, wij vormen een legioen want als legioen doen we ertoe. We vormen samen een brullend wezen, een golf en samen met andere golven grotere golven. Dan gaan we naar de kust, het land op en slurpen een mens. En als het niet lukt proberen we het nog eens en nog eens?’

Op herhaaldelijk aandringen van vader en moeder Fokker komt Anthony tijdens de schemering zijn huwelijksrecht opeisen. In de branding, dat vindt hij romantisch. Zand schuurt mijn schaamlippen, het zweet druipt uit mijn bilspleet.
De terugreis lijkt oneindig.
Vier jaar later scheiden we. Kinderloos.

© Stella Matula 2017

Oppassen

Het was een medisch wonder, de onverwachte zwangerschap. Ze waren deeply in love en het werd een droomhuwelijk dat een onafgebroken drie jaar duurde.

Zij flierefloot, de behoefte was te sterk. Hij dreef maandenlang rond in verschraalde cafés.
Kleine Sophie veranderde van de dartele bezegeling der liefde in een gemeenschap van goed.

‘Kun je oppassen vanavond?’
‘Nee, oppassen, daar doe ik niet aan.
Ik ben haar vader, dat is wat ik doe.’

© Stella Matula 2017

Overpeinzing

‘Die van Albert Heijn? Hmmm, het zou kunnen, maar deze is met kerstprint en het is zomer.
Van Aldi dan?
Nee ook niet, daar wil je niet gezien worden.  Goods 4 You!
Daar wordt tweedehands spul verkocht. Ongeschikt.
Ah, deze kan wel. Een stoffen van Samenwerkende Tandartsen.
Oh stom, natuurlijk niet, het vermeldt `junior’. Dat kan écht niet.
ANWB? Dat is iets met auto’s en auto’s zijn stoer. Dit wordt hem.’

Aan een plastic zak die de chocoladebroodjes en Orangina van de Puber mag bergen worden hoge eisen gesteld.

© Stella Matula 2017

Sanne

Marga is in de wolken als Sanne wordt geboren. Weldra vernevelt de roze wolk in een mistig automatisme, een constante high door slaapgebrek. Met watten in haar hoofd werkt ze deze ochtend verder aan het schilderij dat een halfjaar op haar wacht. Dat levert drie kwartier zuiver geluk op.
Daar is Sanne weer, schreeuwend, krijsend. Marga wiegt, zingt, voedt, leest voor. Tijdens het achtuurjournaal valt Sanne eindelijk op de bank in slaap.
Tussen het stof van de bank voelt Marga een lang vergeten feesttoeter. Met een grijns zet ze hem aan haar mond.