Puppie, mummie en Poepie

Ik dobberde wat rond in mijn gerieflijke wereldje. Soms hoorde ik vaag ‘koetsjekutsjiekoe, mmmlblblliefffff.’
Plotseling kreeg ik een gootsteenontstopper op mijn hoofd gezet en werd weggezogen. Ik spartelde en schreeuwde, voelde hoe vocht mijn longen vulde. Licht bezorgde me een migraine-aanval.

Toen zag ik haar. Ze lachte gewoon! Boos keek ik terug. Even later werd ik in de armen gelegd van een man die ook al lachte. Iedereen in de kamer lachte. Ze noemden me ‘Poepie’, terwijl ik gewoon Amenhotep heet. Dat is al 34 eeuwen zo.

‘Mama, ma-ma’, zeg eens mama dan? Ik schudde mijn hoofd. ‘Zeg maar papa, ja! Papa!’ Uiteindelijk gaf ik toe. Maar ik zal nooit preciés doen wat ze van me vragen.
Nu heb ik een afspraak bij de logopedist.

 

© Stella Matula 2017

Advertenties

Een sprookje

Tijdens de schemering kwamen ze altijd even bij elkaar om te kletsen voor ze hun nestjes opzochten. En zoals altijd nam de postduif het woord.
‘Ik droom ervan om een boek te schrijven,’ zei hij. ‘Ik weet alleen niet goed hoe te beginnen.’
De vink en de uil rolden met hun ogen, daar had je hém weer.

De vink ging geïrriteerd verzitten en stootte haar kop tegen de brieventas die de duif aan een tak had gehangen. ‘Tering!’ riep ze. Het heerste onder haar soortgenoten.
“Moet dat nou? We weten nu wel dat je ziek bent. Het hoeft echt niet altijd over jou te gaan.’
‘Je weet toch dat ik bijna niets meer zie. Kun je die tas niet thuislaten?’

De uil draaide zijn kop. In de tas van de duif zag hij vooral brieven van incassobureaus en de belastingdienst. Hij checkte zijn bankrekening.
‘Ik help je wel,’ zei hij. ‘In brievenpost is geen greintje romantiek meer te ontdekken.
Schrijf op: Er wás eens.’
Gefocust ging de duif aan het werk. De vink en de uil grepen hun kans, beukten de duif in zijn brieventas en staken de tas in de fik. Ze leefden nog lang en gelukkig.

© Stella Matula 2017

Vliegen en maden

Voor mensen als ik is een vliegreis van twintig uur wel heel erg lang. Misschien zou het korter duren wanneer we rechtsom vlogen in plaats van linksom, of via de Zuidpool. Het geeft stof tot nadenken onderweg en ik filosofeer erop los met mijn medepassagiers die gedurende de reis steeds meer gaan drinken. In Vancouver moet zowel de kerosine als de whisky bijgevuld worden. Ikzelf houd mijn vochthuishouding op peil met koffie en Red Bull.

Op het vliegveld van Honolulu blijkt mijn koffer spoorloos verdwenen. Die dagen moet ik het doen zonder mijn medicijnen. Wat ik dacht dat een rustige werkvakantie zou moeten zijn wordt nu een ware uitputtingsslag. Buiten mijn eigen boeken zijn aan het eind van de week in boekhandel Barnes & Noble in het Ala Moana Center ook alle andere literaire werken voorzien van mijn handtekening met een aardige opdracht (haal koffie, zoek de verschillen, geef acht).

Terug in Nederland haal ik bij Quick Parking mijn auto op, rijd via de N201 over de Aalsmeerderbrug en geef vol gas op de Stommeerweg richting Vrouwentroost, waar ik woon. Zonder medicatie is er geen filter en zie ik alles. In een flits spot ik in mijn rechterooghoek onder een boom aan de oever van de Westeinder Plassen mijn koffer.

Ik trap op de rem, de auto slipt, maakt een draai van 180 graden en stopt precies naast mijn koffer. Hij is vies en nat maar het is de mijne, het label zit er nog aan. Als ik hem open zie ik het half vergane kadaver van een duif. Het stinkt enorm, de koffer zit vol met maden.
Vol walging keer ik de koffer om. En gelukkig, daar vind ik, tussen de zompige resten van de duif, het ondertussen roestig geworden tril-ei en de aangevreten bikini’s mijn Ritalin.

© Stella Matula 2017

Hoofd vol watten

Ze kon zich niet concentreren. Het was hoog tijd dat ze hét weer eens deed. Ze deed het altijd alleen maar met hem. ‘Tijdens’ keken ze elkaar diep in de ogen. Ze maakten er een sport van om de ogen open te houden, hemeltergend was dat. Op zeker punt aangekomen sloten die bijna vanzelf. Ze was bang dat het nooit meer zó fijn zou zijn.

Nu ging ze het dan toch weer doen. Solo. Het zou anders zijn, maar het moest.

Opgewonden nam ze haar instrument ter hand. Onder orgastisch genot gleed het wattenstaafje een stukje in haar gehoorschacht.

© Stella Matula 2017

Festival

‘Gezellig hè?’

‘…’

‘Leuk optreden.’

‘……..’

‘Komt u hier wel vaker?’

‘….’

‘Ik wel, elk jaar. Alleen, dat wel. Ja ziet u, kinderen hè…

Hun schuld dat ik geen vrienden meer heb. Ik heb er mijn handen vol aan.’

‘….’

‘Ze zijn hier nu niet…

Het valt niet mee in je eentje.’

‘…’

‘Hoewel, twee zitten er tegenwoordig in de kliniek, dat scheelt weer…

Die andere drie zitten voor de tv nu. Teletubbies op repeat. Hebben ze toch niet door, sukkeltjes. Net zulke sukkels als hun vaders.’

‘……..’

‘Ik laat me nogal makkelijk naaien ziet u…
Ik kan er ook niets aan doen.’

‘…’

‘Biertje?

Hallo?’

oordopje

 

© Stella Matula 2017

Nee

‘Wilt u deze broek betalen?’
‘Nee. Maar het moet hè.’
‘U weet dat u er nu drie kunt nemen voor de prijs van één?’
‘Nee. Volgens mij geldt dat niet voor deze broek.’

…..

‘Dat klopt, het geldt niet voor deze broek. Het geldt wel voor de broeken in dat rek daar. Wilt u daar dan geen broeken uitzoeken?’
‘Nee, die zijn stom. Deze broek is ook stom maar die broeken zijn nog stommer.’
‘Ik kan u wel tien procent korting geven, wilt u dat dan?’
‘Nee.’

© Stella Matula 2017