Slecht voorbeeld

De hele dag had ze naar hartenlust iedereen gelijk gegeven. Nu was de lucht blauw, het zonnetje aangenaam. Duif flikkerde constant vanuit de conifeer naar beneden omdat hij niet vatte dat de takken zijn obesitaslijf niet konden dragen. Ze zeek zowat in haar broek van het lachen.
De Blauwe regen bloeide uitbundig, de zon speelde een kleurrijk spel met de Japanse esdoorn. Maar iets verstoorde haar genot.
Uit haar laars pakte ze haar Smith & Wesson Magnum, sloop naar de voordeur en schoot de chauffeurs van de eerste zeven stinkauto’s die voorbij kwamen helemaal de tyfus.

Verwijten

‘Gadverdamme, wat zie jij zwart.’
Schaamwarmte kruipt omhoog in Ketel, spetters vliegen vanuit zijn fluit het firmament in. Hij schuifelt opzij en draait een kwartslag.
Pot stampt enkele centimeters vooruit. Agressief trekt ze de schouderband van haar tuinbroek omhoog.
‘Hoho, anderhalve meter!’ sputtert Ketel. Hij niest tegen de tegels, roestkleurig bloed druipt achter het fornuis. Pot lacht hysterisch haar stompjes bloot. De echo ontvlucht haar lege innerlijk. Tranen verlaten haar schuddende kop. Met de balk in haar linkeroog slaat ze Ketel van zijn gaspit.

Gezellig

‘Roekoe!’ riep Duif.
‘Hoezo roekoe, doe ’s effe normaal.’
‘Ik ben ook van slag hoor, het zijn rare tijden.’
‘Jij ook al? Met je “het zijn rare tijden.” Kun je niet gewoon iemand even op zijn hoofd schijten of zo? Hier, neem een stukje broccoli.’
‘Gadverdamme, ik lust geen broccoli.’
‘Jij hebt helemaal niks niet te lusten, dit is alles wat ik heb. Roekoe, oké?’
‘Zullen we een stukje vliegen?’
‘Eerst je broccoli eten. En ik kan niet vliegen, ik heb benen. Oh man, gelukkig ben ik niet depressief, anders zou ik iemand keihard op z’n bek rammen, nu.’

Scherp in nevelen

‘Mam, je bent in het ziekenhuis.’
‘Oh. Hoe ben ik hier gekomen?’
‘Met de ambulance.’
‘Oh ja, ik wilde niet mee hoor.’
‘Nee, ze hebben een verdoving in je bil moeten schieten.’
‘Er waren twee mannen. Die kende ik wel ergens van. Wil je shoarma? Ik heb niet zo’n trek, maar je mag best halen hoor.’
‘Dat hoeft niet. Heb je lekker geslapen vannacht?’
‘Dat denk ik wel. Ik snap niet waarom we in mijn slaapkamer zitten eigenlijk.’

‘Straks word je naar een andere afdeling gebracht.’
‘Helemaal niet. Ik ga nergens heen. Ik blijf hier gewoon liggen.’

Gaan

‘Kom, we hebben een afspraak bij de huisarts!’
‘Moet dat nou, waarvoor eigenlijk?’
‘Om je oren uit te laten spuiten!’
‘Oh ja, oké. Waar zijn mijn sleutels?’
‘In je hand!’
‘Oh ja. Nou, dan gaan we maar.’
‘Trek je schoenen even aan!’
‘Ja, goed idee. Nou, dan gaan we maar. Waar gaan we eigenlijk heen?
‘Naar de huisarts, om je oren uit te laten spuiten!’

‘Wat is het hier toch altijd lekker rustig hè.’

Malaise

Typen ging moeizaam, en wat ik wilde typen, geen idee. Writer’s block? dacht ik, het was de totale blokkade. Om een writer’s block te hebben moet je een writer zijn. Maar ik kon niets, was niets. Mijn moeder baarde ledigheid.
De kosmos was een weerzinwekkend block dat me telkens terugduwde in mijn bodemloze zelf. Op internet zocht en vond ik lotgenoten. Iedereen leek levensmoe, ziek of zwak te zijn.
Vanmiddag vond ik de oplossing in een fysieke winkel: espresso. Ik typte spontaan dit interessante stukje in twee minuten!!! Nee, ik doe niet rustig met de uitroeptekens! Joehoe!

Het is de vraag

‘Heeft u alles verder kunnen vinden?’

‘Ik vond verlangende blikken naar tierelantijnen, gretige grijpvingers in de uitverkoop, hautaine arrogantie onder een stolp voor de pijnstillers. Te zware schouders, speurend naar verlichting, kunstmatig gevormde brede ruggen zoekend naar zalvende handen, hongerende enkelingen met een mand vol preservatieven. Vraag hen of zij alles hebben kunnen vinden zij zullen antwoorden zoals de vraag gesteld wordt. Ik zoek erkenning van mijn bestaan. De aanvaarding van mij als individu, opgaande, toch opgemerkt in deze kolkende smeltkroes als botsende moleculen.
Is deze lippenstift ook in de aanbieding?’

‘Pinnen of cash?’

Fris windje

‘Ik ben te depressief om te stofzuigen, bovendien kan ik dat momenteel niet met mijn rug,’ piepte Anita vanonder de lege chipszakken achter de halfvolle wijnflessen vandaan nadat Karel klaagde over rommel op de vloer toen hij thuiskwam na een dag werken in de bouw.
Karel, de moeilijkste niet en een man van weinig woorden, pakte zijn sloophamer uit de bedrijfsbus en haalde vakkundig de twee tegenoverliggende muren van hun doorzonwoning neer om zo de wind het zware werk te laten opknappen.

De terugkeer van de vlerk

‘Normale duiven eten geen broccoli.’
‘Jij bent niet normaal, Duifje, jij bent speciaal. Vorig jaar vond je dit gerecht nog heerlijk.’
‘Sommige wezens ontwikkelen zich. Ik heb gereisd, vele plekken gezien, andere culturen geproefd. Jij zit hier nog steeds met je broccoli. Je mag dat balkon trouwens wel eens schoonmaken, daar wil een patatrat nog niet landen.

‘Ik miste je.’ Elly’s ogen worden nog roder en beginnen te glinsteren. Ze knuffelt haar bibberende Gizmootje.
‘Ik jou ook. Ik heb iets voor je meegenomen,’ fleemt Duif en tovert een chien bourguignon onder zijn vleugels vandaan.

Drop-out

Hem viel de zware taak om bij deze ontslagronde het personeel toe te spreken. Honderdveertien arbeiders waren verzameld in de kantine. Het zweet stond in zijn handen. Hij tikte tegen de microfoon en kuchte. De gesprekken verstomden, een oude tl-buis zoemde.
Als vanzelf kwamen de woorden.
‘Lul, penis, vagina. Overmorgen hopjesvla. Niet van oma maar van ma. Papa dasht de sokkenla.’

Hij sloeg gefrustreerd met zijn vuist op de katheder. Ergens ging iets fout. Maar wat? Zware schoenen schuifelden, iemand boerde. De tl-buis gaf het op.

‘Zandbak, kusjes, ovenfriet. Ik heb werk, jij lekker niet.’