Therapie

Aan de muur hangen intimiderende oorkondes en diploma’s in bruine lijsten. Culturele antropologie, psychosociale LGBTQIAPologie, interplanetaire faunatraumologie, midden-Koreaanse letterkunde en een zwemdiploma.

Dr. Leipowitz slaat zijn benen over elkaar. Hij draagt een blauw overhemd, een geperste broek met daaronder gemêleerde sokken in glimmend gepoetste schoenen. Hij zet zijn binocle op en kijkt me aan vanboven zijn nicotine-gele snor. Zijn blik zuigt enorme hoeveelheden niets door mijn ingewanden naar buiten. Ik begin te huilen.

Advertenties

Post Mortem

Uit Ethans opengereten borst kronkelen de grijze wormen. Ze lachen hem uit, laven zich aan zijn onpasselijkheid.
‘Liefde!’ roept hij.
‘Je voelde niet eerder, bemerkte slechts lust.’ Ze glijden over zijn borst, trekken strak om zijn hals, bijten zijn ogen.
‘Licht’ smeekt hij.
‘Nooit eerder zag je, je stierf blind.’ Ze banen zich een weg door een tunnel van spijt, scheuren stukken van zijn hart.
‘Warm mij’ huilt Ethan.
‘Dit hart is koud, de moeite niet waard.’ Ze draaien zijn hersenen binnen, speuren en snuiven. ‘Op wat banale geheimen na, compleet leeg.’ Gierend trekken de alen zich terug.

Doorgeslagen stoppen

Mijn wijsvinger bibbert boven de enterknop. De vinger zet een punt, een plus, ik haal ze weer weg. Hoe zouden ze reageren?
Bouquetreeks, galmt het. Cliché. Mijn hoofd bonkt. De Tony Chocolonely-reep met de met mascarpone stijfgeslagen slagroom, gevolgd door kaasstengels, borrelt in mijn maag.

Zweetdruppels vervagen mijn blik en druipen op het toetsenbord. Met twee handen pak ik mijn mok kamillethee en knoei over mijn mintgroene badjas met roze hartjes. Paprikachips dan maar.
Ik check voor de zestigste keer het verhaal. Niet te veel effectbejag? Is de interpunctie juist? Staan de komma’s goed? De cursor zweeft boven ‘plaatsen’.

Het knettert tussen mijn oren. Wat schreef ik? Waar ging het over? Ik adem vijf tellen in, houd mijn adem vijf tellen vast, druk op de enterknop en kots mijn emo-voer uit over de laptop. Het beeldscherm spuugt vuur. De lichten doven.

Kippige haai

Hij zet zijn duikbril op, poetst zijn tanden blinkend schoon.
‘Waarom die bril, schat?’
‘Ik ben mijn lenzen kwijt. Ik heb me rotgezocht, maar ja, ’t is als zoeken naar een speld in een hooiberg. Ik kreeg er waterige ogen van. Gelukkig had ik deze nog liggen. Staat me goed, vind je niet? Ik voel me er wel prettig mee, en het biedt bescherming. Weet jij of ze spugen?’
‘Spugen?’
‘Ja, ik heb gehoord dat lama’s spugen. Maar over hen weet ik weinig. ’t Is voor die excursie naar Texel morgen. “Zwemmen met mensen”. Je gaat toch ook mee?’

Kippige haai SjannievandePoel
foto: Sjannie v.d Poel

Op visite

‘Hallo schat, wat fijn dat je er bent. Dat is alweer veel te lang geleden.’
‘Ik was er vorige maand nog, mam, maar dat ben je zeker weer vergeten.’
‘Ach, woonde je maar wat dichterbij, dan konden we wat vaker samen koffiedrinken, ik ken hier ook niemand meer. Weet je wie er nu weer overleden …’
‘Ik heb wat voor je meegenomen. Hier, maak maar open.’

‘Een mierenlokdoos? Ik heb helemaal geen mieren.’
‘Daarom, mam. Zet hem maar neer, dan ben je straks niet zo eenzaam, als ik weg ben.’

Harry

‘Op een bepaald moment werd ‘ie vals, écht. En hij sproeide door het hele huis.’
‘…’
‘Ja, het was geen doen meer. Tegenwoordig zet ik hem overdag in de bijkeuken, en ’s nachts gaat hij in de bench.’
‘…’
‘Nee, die staat in de tuin. Wel onder een afdakje hè. Het helpt echt. Als ik hem roep komt’ie, en hij eet uit mijn hand. Van vreemden kan hij nog steeds niet veel hebben, begint meteen te grommen. Vooral als er mannen over de vloer komen.’
‘…’
‘Wanneer dat begon? Nou, dat zal geweest zijn eh, een maand of zeven na ons huwelijk.’

In de steek gelaten

Ik prikte dwars door Knuts smoezen heen, ik zag hem wel rondvliegen met die sloerie in haar tijgerpak. Knut gaf me de bons toen ik er iets van zei. Een schril contrast met onze gepassioneerde nacht bij de tl-lamp. Hij geeft geen steek om me.

Alleen zijn in dit licht is nu genoeg. Er beweegt iets, dat leidt af. Zelf heb ik geen zin in bewegen. Achter me hangt een grote zak bloed onderuitgezakt naar het scherm waarop ik zit te kijken, maar ik heb al dagen geen trek. Vanmorgen heb ik wéér overgegeven.

Nee, het zal toch niet?